ECLI:NL:HR:2026:235
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over kostenvergoeding bezwaar bij no cure no pay-afspraak
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland stelde de WOZ-waarde van een onroerende zaak vast en legde aanslagen op. Belanghebbende maakte bezwaar en vroeg vergoeding van de kosten. De heffingsambtenaar handhaafde de beschikking, waarna belanghebbende beroep instelde. De rechtbank oordeelde in het voordeel van belanghebbende en veroordeelde de heffingsambtenaar tot vergoeding van proceskosten in de beroepsfase.
In hoger beroep kreeg belanghebbende ook een vergoeding voor de bezwaarfase toegekend, waarbij het hof zich baseerde op een no cure no pay-afspraak met de toenmalige gemachtigde, afgeleid van algemene voorwaarden op diens website. De Hoge Raad oordeelt dat het hof deze gegevens uit eigen beweging heeft verkregen zonder partijen in de gelegenheid te stellen hierop te reageren, wat in strijd is met het hoor en wederhoor-beginsel.
De Hoge Raad vernietigt daarom het deel van het arrest dat over de kosten van bezwaar gaat en verwijst de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling, waarbij ook het toepasselijke wettelijke kader rond opzegging van opdracht en vergoeding volgens artikel 7:411 BW Pro in aanmerking moet worden genomen.
De Hoge Raad ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en verklaart het cassatieberoep gegrond.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest over de kosten van bezwaar wegens schending van hoor en wederhoor en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling.