ECLI:NL:HR:2016:628

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 april 2016
Publicatiedatum
12 april 2016
Zaaknummer
15/01316
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94a SvArt. 552a SvArt. 119 Sv
Verwijzingen
5 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens onjuiste beoordeling strafrechtelijk derdenbeslag op banktegoed

In deze zaak stond de beoordeling van het civiel- en strafrechtelijk derdenbeslag op een banktegoed centraal. De Rechtbank Noord-Nederland had geoordeeld dat klagers geen materieel belang hadden bij opheffing van het strafrechtelijk beslag, mede gelet op het civielrechtelijk beslag. De Hoge Raad oordeelde echter dat de rechtbank ten onrechte niet had voldaan aan de toetsingsmaatstaven van art. 94a Sv en art. 552a Sv.

De Hoge Raad stelde vast dat indien de rechtbank het beklag gegrond acht, zij niet slechts het beslag mag opheffen maar een last moet geven die overeenkomt met het gegrond verklaren van het beklag. Daarbij is het niet relevant of aan die last daadwerkelijk kan worden voldaan. De Hoge Raad benadrukte tevens de toepassing van de Conclusie Advocaat-Generaal over teruggave en de last aan de bewaarder volgens art. 119 Sv Pro.

Op grond van deze overwegingen vernietigde de Hoge Raad de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, voor een nieuwe behandeling en beslissing op de bestaande klaagschriften. Hiermee wordt beoogd dat het beslag op het banktegoed opnieuw wordt getoetst aan de correcte wettelijke maatstaven.

Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en wijst de zaak terug voor herbeoordeling van het strafrechtelijk derdenbeslag op het banktegoed.

Uitspraak

12 april 2016
Strafkamer
nr. S 15/01316 B
AJ/IV
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
op het beroep in cassatie tegen een beschikking van de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, van 19 februari 2015, nummer
RK 14/53, op de klaagschriften als bedoeld in art. 552a Sv, ingediend door:
[klager 1], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1966 en
[klaagster 2], gevestigd te [plaats] .

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de klagers. Namens deze heeft R.P. Snorn, advocaat te Heerenveen, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal A.E. Harteveld heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot zodanige beslissing met betrekking tot verwijzen of terugwijzen als de Hoge Raad gepast zal voorkomen.
2 Beoordeling van de middelen
2.1.
De middelen keren zich tegen de ongegrondverklaring van de klaagschriften.
2.2.
Op de gronden vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 3.4 tot en met 3.7 zijn de middelen terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden beschikking niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden beschikking;
wijst de zaak terug naar de Rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Assen, opdat de zaak op de bestaande klaagschriften opnieuw wordt behandeld en afgedaan.
Deze beschikking is gegeven door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en A.L.J. van Strien, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C. ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 april 2016.