ECLI:NL:PHR:2016:686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt beslag op geld ter betaling schadevergoedingsmaatregel bij verdenking witwassen
De zaak betreft een klager die een geldbedrag van €27.080,34 aan de politie aanbood ter betaling van een onherroepelijk opgelegde schadevergoedingsmaatregel. Dit geld werd in beslag genomen op verdenking van witwassen. De rechtbank verklaarde het klaagschrift tegen het beslag ongegrond, stellende dat het voortduren van het beslag gerechtvaardigd was vanwege het strafvorderlijk belang en de mogelijkheid van verbeurdverklaring.
De Hoge Raad stelt vast dat het geld onmiskenbaar bestemd was voor de voldoening van de schadevergoedingsmaatregel en dat het beslag op dit geld met het oog op verbeurdverklaring onrechtmatig is. Het belang van de strafvordering kan niet rechtvaardigen dat het geld, dat aan het slachtoffer toekomt, wordt verbeurd verklaard. De Hoge Raad benadrukt dat de executie van de schadevergoedingsmaatregel zich niet tegen het slachtoffer mag keren.
Verder overweegt de Hoge Raad dat het voortduren van het beslag met het oog op waarheidsvinding slechts in uitzonderlijke gevallen gerechtvaardigd is en dat de rechtbank onvoldoende heeft gemotiveerd waarom dit in deze zaak het geval zou zijn. De Hoge Raad vernietigt daarom de bestreden beschikking en bepaalt dat het beslag moet worden opgeheven en het geld moet worden teruggegeven of aangewend ter voldoening van de schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: Het beslag op het geldbedrag is onrechtmatig en moet worden opgeheven, met teruggaaf of aanwending voor de schadevergoedingsmaatregel.