Belanghebbende had certificaten van aandelen in zijn werkgever gekocht die bij een overname werden omgewisseld voor certificaten van de overnemende vennootschap, met een Lock-up Regeling die de verkoopwaarde bij beëindiging van het dienstverband beperkte. Bij beëindiging van zijn dienstverband in 2009 verkocht belanghebbende de certificaten tegen een lagere prijs dan de beurswaarde, waardoor hij een financieel nadeel leed.
Het hof oordeelde dat dit verlies niet als negatief loon kon worden aangemerkt omdat het niet geheel en rechtstreeks zijn oorzaak vond in de dienstbetrekking. De Hoge Raad stelt echter dat wanneer een werknemer op grond van een beding gehouden is een transactie te verrichten die een nadeel oplevert, dit nadeel aan de dienstbetrekking moet worden toegerekend en als negatief loon moet worden beschouwd.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en de eerdere uitspraken, stelt het verlies vast op het verschil tussen de beurswaarde en de lagere verkoopprijs door de Lock-up Regeling, en vermindert de aanslag inkomstenbelasting dienovereenkomstig. Tevens worden proceskosten aan de zijde van belanghebbende toegewezen.