ECLI:NL:HR:2010:BL1942
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- Rechtspraak.nl
Betaling schadevergoeding ex-werkgever wegens schending concurrentiebeding als negatief loon
Belanghebbende was van december 1997 tot januari 1999 in dienst bij een BV met een concurrentiebeding dat werkzaamheden bij derden verbood gedurende de contractperiode en 18 maanden daarna. Na het einde van het dienstverband trad belanghebbende in dienst bij een andere werkgever. De curator van de failliete BV startte een procedure wegens schending van het concurrentiebeding. Dit leidde tot een vaststellingsovereenkomst waarbij belanghebbende een schadevergoeding betaalde.
De Belastingdienst legde voor 2003 een aanslag inkomstenbelasting op, waarin de betaalde schadevergoeding werd aangemerkt als belastbaar loon. De rechtbank vernietigde deze aanslag, het hof bevestigde dit oordeel. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen het hofarrest.
De Hoge Raad oordeelt dat de verplichting tot betaling voortvloeit uit de arbeidsovereenkomst en daarmee direct samenhangt met de dienstbetrekking. Daarom moet de betaalde schadevergoeding als negatief loon worden beschouwd. Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en de Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep van de Staatssecretaris ongegrond en bevestigt dat de betaalde schadevergoeding als negatief loon moet worden aangemerkt.