Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Slotsom
4.Beslissing
19 januari 2016.
Hoge Raad
In deze zaak betrof het een cassatieberoep van het Openbaar Ministerie tegen een beschikking van de Rechtbank Den Haag die het conservatoir beslag op grond van art. 94a Sv had opgeheven. De rechtbank had geoordeeld dat het hoogst onwaarschijnlijk was dat de strafrechter aan klager een geldboete of ontnemingsmaatregel zou opleggen, mede omdat het Hof Den Haag in een niet-onherroepelijk arrest het OM niet-ontvankelijk had verklaard in de strafvervolging.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank bij haar beoordeling niet had mogen vooruitlopen op de mogelijke uitkomst van de strafzaak. De juiste maatstaf vereist dat wordt beoordeeld of het niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter een geldboete of ontnemingsmaatregel zal opleggen, zonder vooruit te lopen op het definitieve oordeel.
De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beschikking en verwees de zaak terug naar de Rechtbank Den Haag voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift. De Advocaat-Generaal had eveneens geconcludeerd tot vernietiging en verwijzing.
De beschikking werd uitgesproken door de vice-president en twee raadsheren van de Hoge Raad op 19 januari 2016.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beschikking en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling van het klaagschrift.