ECLI:NL:HR:2016:95

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 januari 2016
Publicatiedatum
21 januari 2016
Zaaknummer
15/02139
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake WOZ-beschikking en hondenbelasting

Belanghebbende stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 17 april 2015, waarin het hoger beroep werd behandeld tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg over de WOZ-beschikking en de opgelegde hondenbelasting voor het jaar 2013.

De Hoge Raad beoordeelde de ingediende middelen en concludeerde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie was nadere motivering niet vereist, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Verder wees de Hoge Raad een veroordeling in de proceskosten af, omdat daartoe geen gronden aanwezig waren.

Het arrest werd gewezen door raadsheer C. Schaap als voorzitter, en raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2016.

Uitkomst: Het beroep in cassatie van belanghebbende wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

22 januari 2016
Nr. 15/02139
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 17 april 2015, nr. 14/00448, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Limburg (nr. AWB 13/1942) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikking op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor het jaar 2013 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Z] en de aan belanghebbende voor het jaar 2013 opgelegde aanslagen in de hondenbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer C. Schaap als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 22 januari 2016.