Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
24 mei 2016.
Hoge Raad
Verdachte werd door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden veroordeeld voor poging moord. Hij was met een vuurwapen en munitie naar het bedrijf van het slachtoffer gegaan, vroeg naar het slachtoffer en schoot direct daarna driemaal op hem. De schoten volgden elkaar snel op, wat de opzet en ernst van de daad onderstreepte.
Verdachte stelde in cassatie onder meer een falende bewijsklacht aan de orde, met name over het ontbreken van voorbedachte raad. De Hoge Raad oordeelde echter dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.
Het cassatieberoep werd daarom verworpen. De uitspraak bevestigt de eerdere beoordeling van het hof en benadrukt het belang van art. 81 RO Pro bij de toetsing van cassatiemiddelen die geen nieuwe rechtsvragen oproepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor poging moord blijft in stand.