Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
13 juni 2017.
Hoge Raad
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Amsterdam het vonnis van de Politierechter vernietigd en de verdachte schuldig verklaard aan twee feiten van diefstal. De verdachte stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte de bewezenverklaring baseerde op bewijsmiddelen waarvan de inhoud niet in het arrest was opgenomen.
Het Hof had de bewijsmiddelen gedeeltelijk overgenomen uit het proces-verbaal dat één geheel vormt met de aantekening van het mondeling vonnis van de Politierechter. Daarnaast gebruikte het Hof het proces-verbaal van bevindingen van de opsporingsambtenaren, waarvan de redengevende inhoud in het verkort arrest was weergegeven. Hiermee voldeed het Hof aan de vereisten van artikel 359, derde lid, Sv.
De Hoge Raad bevestigt dat het Hof niet volstond met een verwijzing naar de bewijsmiddelen, maar deze daadwerkelijk overnam en motiveerde. De inhoud van het bewijs, waaronder verklaringen van verbalisanten over observaties van verdachte bij het stelen van fietsen en het aantreffen van gestolen goederen, werd voldoende in het arrest verwerkt.
Het cassatieberoep faalt en wordt verworpen. Hiermee blijft het arrest van het Hof Amsterdam in stand, waarin de verdachte is veroordeeld voor diefstal op basis van een deugdelijk onderbouwde bewezenverklaring.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het Hof Amsterdam wordt bevestigd waarin verdachte schuldig is bevonden aan diefstal.