Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat het hof de bewezenverklaring ten onrechte heeft doen steunen op bewijsmiddelen waarvan de inhoud niet in het arrest is opgenomen.
het proces-verbaal van de terechtzitting van de politierechter in de rechtbank Amsterdam van 27 maart 2015 en houdt, voor zover hier van belang, het volgende in:
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaren, zakelijk weergegeven:
Op 17 maart 2015 waren wij in uniform gekleed en met arrestantentransport belast in een opvallend politievoertuig ingericht voor het vervoeren van arrestanten, gelegen op Dreef 2 te Aalsmeer. Hier waren wij in de rechtmatige uitoefening van onze bediening als arrestantentransporteurs belast om arrestanten op te halen. Wij hoorden van de beslisser van dienst dat een arrestant agressief en met verzet was binnengekomen. Ik, verbalisant [verbalisant 1], keek op het overdrachtsformulier en zag de volgende gegevens: [verdachte], geboren op [geboortedatum] 1980. Wij liepen naar het dagverblijf waar [verdachte] zat. Ik, verbalisant [verbalisant 2], ging in gesprek met [verdachte] en legde hem uit dat wij hem over gingen brengen naar het cellencomplex Zuidoost. Wij hoorden dat [verdachte] in de Poolse taal schreeuwde. Wij zagen dat [verdachte] opstond en zijn armen bij elkaar hield. Ik, verbalisant [verbalisant 2], heb [verdachte] gevraagd zich om te draaien en zijn handen op zijn rug te doen. Wij zagen dat hij dit weigerde. Wij zijn met meerdere collega’s het dagverblijf ingegaan en hebben [verdachte] bij de handen getracht te pakken om hem de transportboeien om te doen. Wij hoorden en voelden dat [verdachte] zich verbaal en lichamelijk verzette tegen het omdoen van de transportboeien. Wij zagen dat [verdachte] zich trachtte in tegenovergestelde richting te bewegen dan welke wij hem wilde brengen. Wij zagen en voelden dat [verdachte] weigerde met ons mee te gaan en het dagverblijf te verlaten. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat [verdachte] zich met zijn hoofd van links naar rechts bewoog in versnelde beweging. Ik zag dat zijn mond open en dicht ging. Ik zag tanden in zijn mond die hevig heen en weer bewogen. Dit gebeurde met kennelijke kracht want ik hoorde hevig geklap van zijn tanden. Wij zagen en voelden dat het verzet van [verdachte] erger werd. Wij hebben [verdachte] naar de grond gebracht en zijn hoofd begeleid naar de grond. Eenmaal op de grond hebben wij getracht hem te fixeren. Ik, verbalisant [verbalisant 1], zag dat [verdachte] probeerde een collega te bijten. Ik zag dat en oefende druk uit op het hoofd van [verdachte]. Ik plaatste mijn linkerhand op de rechterzijkant van het hoofd van [verdachte] met mijn vingers gericht naar zijn gezicht. Ik voelde tijdens het fixeren van het hoofd van [verdachte] ineens een hevige pijnscheut. Ik realiseerde dat [verdachte] mij zojuist had gebeten in de linker pink van mijn linkerhand.
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde opsporingsambtenaar, zakelijk weergegeven:
Op 17 maart 2015 bevonden wij ons op het politiebureau. Aldaar wilden collega’s van het arrestantenvervoer, [verbalisant 1] en [verbalisant 2], verdachte [verdachte] overbrengen naar cellencomplex Zuidoost. Wij hoorden [verbalisant 2] in de Engelse taal tegen [verdachte] zeggen dat hij hem over ging brengen naar het cellencomplex in Zuidoost. Wij hoorden [verdachte] zeggen dat hij niet mee ging. [verdachte] begon met zijn hand te zwaaien. Wij zagen dat [verbalisant 2] [verdachte] bij zijn rechterarm pakte. Wij zagen dat [verdachte] zijn rechterarm in tegengestelde richting bewoog dan dat [verbalisant 2] hem wilde begeleiden. Wij zagen dat [verbalisant 1] hem ook bij zijn arm wilde pakken. Wij zagen dat [verdachte] met zijn armen begon te zwaaien. Ik, verbalisant [verbalisant 4], hoorde tijdens de worsteling dat [verbalisant 1] het volgende zei: ‘Pas op, hij bijt!’
Dit proces-verbaal houdt onder meer in als verklaring van voornoemde [verbalisant 1], zakelijk weergegeven:
Ik wil aangifte doen van mishandeling, in verband met het feit dat ik tijdens de uitvoering van mijn beroep op 17 maart 2015 door een verdachte in mijn pink ben gebeten. Ik refereer mij aan het opgemaakte proces-verbaal.
Deze verklaring houdt onder meer in, zakelijk weergegeven:
Medische informatie betreffende [verbalisant 1].
Opgegeven toedracht: gebeten in linker pink.
Schatting duur van de genezing zichtbare letsels: twee weken.
Past het letsel bij de toedracht: mogelijk.
Letsels: pink links, op de nagelrand aan de buitenzijde een ronde huidlesie (past bij een scheurwond) met in het midden een donkerrode streep.”
Gelet op het voorgaande acht het hof bewezen dat het wondje in de pink van [verbalisant 1] het gevolg is geweest van het bijten door de verdachte.”.
NJ2017/128 m.nt. Mevis beklemtoond dat het hof, indien het tot een bewezenverklaring komt, de (uitgewerkte) inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen in zijn arrest moet vermelden. Het hof kan in zo een geval wat betreft de bewijsvoering dus niet volstaan met het slechts uit de aantekening mondeling vonnis overnemen van de daarin overeenkomstig de Regeling vervatte verwijzing naar het proces-verbaal van de terechtzitting en/of andere processtukken. [1]
NJ2017/128 m.nt. Mevis, waarnaar in de toelichting op het middel wordt verwezen. Ook in die zaak had het hof het vonnis van de politierechter, dat was aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, vernietigd en vijf bewijsmiddelen uit dat vonnis overgenomen zonder de inhoud daarvan op te nemen in de aanvulling op het verkorte arrest. De verdachte had het feit niet bekend, terwijl zijn raadsman vrijspraak had bepleit. Anders dan in de onderhavige zaak, was de inhoud van vier van de vijf bewijsmiddelen in de zaak van september 2016 niet weergegeven in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg. Daarin was volstaan met een (weliswaar) specifieke maar (te) ruime verwijzing naar het onderliggende politiedossier. Aldus had het hof de redengevende feiten en omstandigheden niet aangeduid maar was slechts aangegeven aan welke bewijsmiddelen die feiten en omstandigheden (in grote lijnen) waren ontleend. Het onderliggende politiedossier was niet aangehecht aan het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg en een nadere specificering betreffende de relevante onderdelen daarvan ontbrak. Daarmee was de bewezenverklaring ontoereikend gemotiveerd. In de voorliggende zaak heeft het hof daarentegen bewijsmiddelen, waarvan de inhoud is opgenomen in het vonnis van de politierechter dat is aangetekend in het proces-verbaal van de terechtzitting in eerste aanleg, overgenomen en is daarmee voldaan aan het bepaalde in de eerste volzin van art. 359, derde lid, Sv. [4]
tweede middelbehelst de klacht dat het hof het bewezen verklaarde feit onvoldoende met redenen heeft omkleed.
derde middelbehelst de klacht dat het hof de opgelegde straf onbegrijpelijk heeft gemotiveerd.
Ten aanzien van de bewezenverklaring van hetgeen aan de verdachte ten laste was gelegd heeft het hof – kort gezegd – overwogen dat de verdachte niet meewerkte toen de verbalisanten hem transportboeien wilden omdoen en dat hij daarbij verbalisant [verbalisant 1] in zijn vinger heeft gebeten. Die omstandigheden heeft het hof ook bij de strafoplegging in aanmerking genomen. Het hof heeft kennelijk en niet onbegrijpelijk uit de door hem vastgestelde feiten en omstandigheden geen aanleiding kunnen destilleren voor het verzet van de verdachte. De omstandigheid dat er door de verdediging ter terechtzitting in eerste aanleg en ter terechtzitting in hoger beroep voor het verzet van de verdachte wel een verklaring is gegeven, inhoudende dat hij zich heeft verzet toen hem werd medegedeeld dat hij door de verbalisanten voor transport zou worden meegenomen en hij niet (meteen) in de gelegenheid werd gesteld contact op te nemen met zijn raadsman, brengt niet mee dat de vaststelling van het hof dat de verdachte zich zonder aanleiding heeft verzet feitelijk onjuist is.