Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
20 juni 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 13 november 2015, waarin hij werd veroordeeld voor rijden onder invloed en rijden zonder geldig rijbewijs. Het beroep in cassatie richtte zich onder meer op de motivering van de straftoemeting door het hof.
De advocaat van verdachte stelde een middel van cassatie voor, dat door de Advocaat-Generaal werd verworpen. De Hoge Raad oordeelde dat het middel niet tot cassatie kon leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat het middel geen rechtsvragen opriep die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad bevestigde hiermee het oordeel van het hof en verwierp het beroep van verdachte. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de strafkamer tijdens een openbare terechtzitting op 20 juni 2017.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte wordt verworpen; het arrest van het hof blijft in stand.