Conclusie
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
CONCLUSIE
114. Cliënt woont thans nog bij zijn ouders en ontvangt een Wajong-uitkering. Hij kan
Parket bij de Hoge Raad
De verdachte werd door het gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 2 maanden wegens poging tot diefstal door braak in een woning tijdens de nachtelijke uren. De rechtbank en het hof namen daarbij de ernst van het feit, de impact op het slachtoffer en de maatschappij, en de persoon van de verdachte in aanmerking.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat rekening moest worden gehouden met persoonlijke omstandigheden zoals een lage IQ, een ernstig auto-ongeluk met blijvende pijnklachten, lopende hulpverlening, en het belang van continuering van een begeleidings- en reclasseringstraject. Tevens werd gepleit voor een taakstraf in plaats van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Het hof bevestigde echter het vonnis van de rechtbank en motiveerde dat de opgelegde straf passend was gezien de aard van het delict en de omstandigheden. De Hoge Raad oordeelde dat het hof voldoende aandacht had besteed aan het strafmaatverweer en dat de motivering van de strafoplegging niet onbegrijpelijk of ontoereikend was. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van 2 maanden wegens poging tot woninginbraak en wijst het cassatieberoep af.