Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
4 juli 2017.
Hoge Raad
Betrokkene is in hoger beroep veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit een hennepkwekerij, waarbij het hof uitging van vier oogsten op basis van diverse indicatoren zoals afvalmateriaal en oude lampen.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat de kwekerij al langer bestond, onder meer omdat een meteropnemer in november 2013 geen meterfraude had geconstateerd. Het hof verwierp dit verweer omdat de meteropnemer alleen de meterstand opnam en geen onderzoek deed naar de meter zelf.
Het hof baseerde de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel op een uitgebreid dossier met onder meer processen-verbaal, verklaringen van betrokkene, een factuur van elektriciteitsverbruik en een rapport van het Bureau Ontnemingswetgeving. De totale opbrengst van vier oogsten werd geraamd op ruim € 206.000, met aftrek van kosten resulteerde dit in een voordeel van circa € 183.837, waarvan betrokkene een derde deel toekwam.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof zijn oordeel voldoende heeft gemotiveerd en dat het cassatieberoep faalt. De uitspraak wordt bevestigd en het beroep verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de ontnemingsvordering van wederrechtelijk verkregen voordeel uit vier hennepkweekoogsten.