ECLI:NL:HR:2017:1285

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 juni 2017
Publicatiedatum
10 juli 2017
Zaaknummer
15/03390
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 311 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet naleven van recht op laatste woord in cassatieprocedure

Betrokkene stelde cassatieberoep in tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag inzake een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel. De advocaat-generaal concludeerde tot vernietiging en terugwijzing van de zaak.

De Hoge Raad oordeelde dat uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep niet blijkt dat betrokkene het recht is gelaten het laatste woord te voeren. Dit is een vereiste volgens artikel 311, vierde lid, van het Wetboek van Strafvordering, en het niet naleven hiervan leidt tot nietigheid van de uitspraak.

Daarom vernietigde de Hoge Raad het bestreden arrest en verwees de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag voor een nieuwe beoordeling en afdoening op het bestaande hoger beroep. Het middel slaagde voor zover het betrof het ontbreken van het laatste woord, voor de rest behoefde het geen bespreking.

Uitkomst: Het arrest van het Gerechtshof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting wegens het niet verlenen van het recht op het laatste woord.

Uitspraak

27 juni 2017
Strafkamer
nr. S 15/03390 P
SG/LN
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag van 29 juni 2015, nummer 22/003312-11, op een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel ten laste van:
[betrokkene], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de betrokkene. Namens deze heeft R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij aanvullende schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De aanvullende schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal E.J. Hofstee heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
2. Beoordeling van het middel
2.1.
Het middel klaagt onder meer dat de betrokkene niet het recht is gelaten het laatst te spreken.
2.2.
Uit het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep blijkt niet dat aan de betrokkene het recht is gelaten het laatst te spreken. Daarom moet het ervoor worden gehouden dat het in het vierde lid van art. 311 Sv Pro op straffe van nietigheid gegeven voorschrift niet in acht is genomen.
2.3.
Het middel slaagt in zoverre.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het middel voor het overige geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren J. de Hullu en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
27 juni 2017.