ECLI:NL:HR:2017:1351

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 juli 2017
Publicatiedatum
13 juli 2017
Zaaknummer
16/04739
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake omvang overeenkomst van opdracht reparatie auto

In deze zaak stond de omvang van een overeenkomst van opdracht tot autoreparatie centraal. Eiser had tegen verweerder, handelend onder een handelsnaam, een procedure gevoerd bij de kantonrechter en het gerechtshof Amsterdam. Het geschil betrof de vraag welke werkzaamheden onder de opdracht vielen en welke vergoeding daarvoor verschuldigd was.

Eiser stelde cassatieberoep in tegen de arresten van het gerechtshof Amsterdam, maar verweerder was in cassatie verstek gebleven. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten geen aanleiding gaven tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen van belang voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

De Hoge Raad verwierp daarom het cassatieberoep en veroordeelde eiser in de kosten van het geding in cassatie, die aan de zijde van verweerder nihil werden begroot. Hiermee bleef het arrest van het gerechtshof in stand en werd de omvang van de opdracht zoals door het hof vastgesteld bevestigd.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eerdere uitspraak van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

14 juli 2017
Eerste Kamer
16/04739
LZ/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. S. Kousedghi,
t e g e n
[verweerder],
tevens handelend onder de naam [A],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerder].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 582122 CV EXPL 12-9119 van de kantonrechter te Zaandam van 17 oktober 2013 en 13 februari 2014;
b. de arresten in de zaak 200.148.913/01 van het gerechtshof Amsterdam van 3 juni 2014, 28 juli 2015 en 7 juni 2016.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen de arresten van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerder] is verstek verleend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L.A.D. Keus strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 23 juni 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, G. Snijders en T.H. Tanja-van den Broek, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
14 juli 2017.