Conclusie
1.Feiten
2.Procesverloop
3.Bespreking van het cassatiemiddel
Onder I.1(en, wat het gestelde onder (3e) betreft, mede onder I.1.1 e.v.) klaagt [eiser] dat het hof aldus heeft miskend (1e) dat de opdracht tot reparatie van een auto valt onder aanneming van werk, (2e) dat de waarschuwingsplicht van de aannemer uitdrukkelijk is gegrond op art. 7:754 BW Pro en vaste jurisprudentie, en (3e) dat de waarschuwing voldoende duidelijk moet zijn, hetgeen des te meer geldt in een situatie, zoals in casu, waarin de opdrachtgever ondeskundig is, de niet-uitgevoerde, maar noodzakelijke extra reparatie gelegen in de vervanging van de spanrollen en multiriem weinig kosten met zich zou brengen en de gevolgen van het niet uitvoeren daarvan ernstig zijn, in welk verband [eiser] onder I.1.1 nog aanvoert dat het vervangen van alléén de dynamo het grote risico, ja zelfs een (bijna) absolute zekerheid met zich bracht dat (onder andere) de motor “total loss” zou gaan. Tegen deze achtergrond bezien is ’s hofs oordeel volgens [eiser] ook onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd.
onder I.1.3dat het hof heeft miskend dat de waarschuwingsplicht meebracht dat [verweerder] hem in duidelijke bewoordingen erop had moeten wijzen dat het niet mee vervangen van de spanrollen en de multiriem een groot risico met zich bracht, dan wel dat het (vrijwel) zeker was dat de gehele motor stuk zou gaan. Dat laatste was volgens het subonderdeel nu juist het specifieke risico dat aan de onjuiste opdracht kleefde, waarop [verweerder] [eiser] in duidelijke bewoordingen had moeten wijzen. De bewijsopdracht had op die waarschuwingsplicht moeten aansluiten. ’s Hofs andersluidend oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting ter zake van (de strekking van) art. 7:754 BW Pro.
Onder I.1.4klaagt [eiser] dat ’s hofs oordeel onbegrijpelijk en onvoldoende gemotiveerd is in het licht van de eerder onder I.1.1 [8] genoemde omstandigheden.
(“De aannemer isbij het aangaanof het uitvoeren van de overeenkomst verplicht de opdrachtgever te waarschuwen voor onjuistheden in de opdracht voor zover hij deze kende of redelijkerwijs behoorde te kennen (…).”; onderstreping toegevoegd; LK), in de eisen van redelijkheid en billijkheid wortelt [9] . Waar het hof, ook indien het aan art. 7:754 BW Pro zou hebben voorbijgezien, zich kennelijk bewust was dat het in elk geval aan de hand van de eisen van redelijkheid en billijkheid diende te beoordelen of [verweerder] onder de omstandigheden van het geval [eiser] voldoende duidelijk en specifiek heeft gewaarschuwd, valt niet zonder meer in te zien dat het hof noodzakelijkerwijs tot een ander resultaat is gekomen dan uit art. 7:754 BW Pro voortvloeit en dat het hof een onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de gelding en de omvang van de precontractuele waarschuwingsplicht van [verweerder] kan worden verweten.
“heeft gewaarschuwd dat vervanging van de spanrollen en de multiriem tevens noodzakelijk was (…)”. Voorts heeft het hof gesproken van (een uit art. 6:248 lid 1 BW Pro voortvloeiende)
“verplichting om [eiser] ervoor te waarschuwen dat enkele vervanging van de dynamo - dus zonder tevens de spanrollen en multiriem te vervangen - niet aangewezen was, althans voor een adequate reparatie niet volstond (…)”. In het dictum is het probandum aldus omschreven dat [verweerder]
“bij het sluiten van de overeenkomst [eiser] heeft gewaarschuwd dat bij vervanging van de dynamo tevens de spanrollen en de multiriem moesten worden vervangen, maar dat [eiser] daarvan om financiële redenen heeft afgezien”. Naar mijn mening zeggen noch de in rov. 3.7, noch de in het dictum gehanteerde formuleringen, ook maar iets over de mate van duidelijkheid en specificiteit die de door [verweerder] aan [eiser] gedane mededelingen volgens het hof zouden moeten hebben om als afdoende waarschuwing in de zin van het probandum te kunnen gelden. Er was voor het hof ook geen enkele reden zich daarover reeds in het probandum uit te laten; het hof kon zeer wel ervoor kiezen eerst aan de hand van hetgeen de bewijsvoering zou opleveren te beoordelen of al dan niet van een onder de omstandigheden van het geval naar de eisen van redelijkheid en billijkheid toereikende en voldoende specifieke waarschuwing sprake was.
“Uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, concludeert het hof dat [verweerder] is geslaagd in het bewijs van de stelling dat hij bij het sluiten van de overeenkomst [eiser] heeft gewaarschuwd dat bij vervanging van de dynamo tevens de spanrollen en de multiriem moesten worden vervangen, maar dat [eiser] daarvan om financiële redenen heeft afgezien. (…)”). Het hof heeft zijn bewijsoordeel gebaseerd op de verklaringen van de getuigen [betrokkene 3] en [betrokkene 2] en van [verweerder] zelf, welke verklaringen,
“dus zowel de bedoelde eerdere schriftelijke verklaringen als die welke deze drie personen als getuige hebben afgelegd, (…), alles bij elkaar genomen, niet alleen een tamelijk hoge mate van precisie (vertonen) maar (…) ook zowel op zichzelf als in onderling verband met elkaar volstrekt consistent zijn (…)”(rov. 2.5). Alhoewel het hof de inhoud van de bedoelde verklaringen niet uitvoerig heeft weergegeven, acht ik van belang dat zij mede de details en intensiteit van de door [verweerder] gegeven waarschuwing betreffen. Aan de schriftelijke verklaring van [betrokkene 3] ontleen ik het volgende:
moestenworden vervangen. Uit deze verklaring volgt slechts dat [verweerder] zou hebben gezegd dat het enkel vervangen van de dynamo mogelijk gevolgen zou kunnen hebben. Van nadrukkelijk waarschuwen is volgens deze verklaring geen sprake geweest. Bovendien volgt uit de verklaring van [verweerder] dat deze gevolgen voor [eiser] niet duidelijk zijn geweest.
maar daarna heb ik het heel duidelijk gezegd. (onderstreping toegevoegd; LK)”
“té coulante waarschuwingsplicht”is uitgegaan. Volgens [eiser] had [verweerder] in duidelijk bewoordingen erop moeten wijzen dat het niet vervangen van de spanrollen en de multiriem een groot risico met zich bracht, dan wel dat het bijna zeker was dat zonder die reparatie de gehele motor stuk zou gaan.
“dat [verweerder] kon volstaan met de enkele waarschuwing dat bij het vervangen van de dynamo ook de multiriem en spanrollen vervangen moesten worden.”Anders dan de klacht suggereert heeft het hof niet geoordeeld dat [verweerder] zich tot een mededeling van die strekking zou hebben beperkt. Zoals uit de aanhef van rov. 2.7 (
“Uit het voorgaande, in onderling verband en samenhang beschouwd, concludeert het hof (…)”) volgt, heeft het hof zijn oordeel gebaseerd op de gang van zaken zoals beschreven in de verklaringen van [betrokkene 3] , [betrokkene 2] en [verweerder] zelf, waaruit blijkt dat [verweerder] zich niet tot een blote mededeling van de noodzaak van vervanging van de spanrollen en de multiriem heeft beperkt, maar wel degelijk Vrugts ook in duidelijke bewoordingen de mogelijke gevolgen van het achterwege laten van een dergelijke vervanging (breken van de multiriem, vastlopen van de motor) heeft voorgehouden, welke omstandigheid kennelijk mede ten grondslag ligt aan het oordeel van het hof dat [verweerder] [eiser] (voldoende) heeft gewaarschuwd dat bij de vervanging van de dynamo tevens de spanrollen en de multiriem moesten worden vervangen. De klacht is tevergeefs voorgesteld.
onder I.3.2allereerst dat het hof heeft miskend dat geen van de getuigen heeft verklaard dat [verweerder] [eiser] heeft gewaarschuwd dat bij de vervanging van de dynamo ook de spanrollen en de multiriem vervangen
moetenworden.
: “De dynamo en nog meer dingen, ik meen de aandrijfriemen, zouden eveneens vervangen moeten worden”, en als getuige:
“Ik heb toen gehoord (…) dat [verweerder] heeft gezegd dat ook de distributieriem [12] gedaan moest worden”. De getuige [betrokkene 2] heeft schriftelijk verklaard:
“ [verweerder] vertelde de klant dat de dynamo vervangen moest worden en daarbij vertelde hij ook dat de des betreffende multiriem vervangen moest worden”, en als getuige
: “Ik heb [verweerder] duidelijk horen zeggen dat de dynamo moest worden vervangen en ook de multiriem en de spanrollen.”.In zoverre mist de klacht doel.
kunnenhebben dat de multiriem zou breken, overal tussen zou
kunnenkomen en tot grote motorschade (het vastlopen van de motor) zou
kunnenleiden. Ook in zoverre is de klacht tevergeefs voorgesteld.
onder I.3.2.1passages uit de getuigenverklaringen. Deze omstandigheid leidt volgens [eiser] tot een nog stringentere waarschuwingsplicht.
Onder I.3.2.2stelt hij dat [verweerder] in de gegeven omstandigheden in nog duidelijkere en nadrukkelijkere bewoordingen had moeten waarschuwen voor de specifieke gevolgen van de opdracht alleen de dynamo te vervangen en niet mocht volstaan met het doen van vage mededelingen, zoals de getuigen hebben verklaard. Daarbij had hij zich ervan moeten vergewissen of [eiser] de waarschuwing had begrepen. [eiser] klaagt
onder I.3.2.4dat het hof derhalve ook gelet op de getuigenverklaringen van een te coulante waarschuwingsplicht is uitgegaan. Uit diezelfde getuigenverklaringen volgt voorts dat [verweerder] niet aan deze stringentere waarschuwingsplicht heeft gedaan, zo stelt [eiser]
onder I.3.2.3. Op die plaats en
onder I.3.2.5klaagt hij dat ’s hofs andersluidende oordeel onbegrijpelijk is.
“alleen de dynamo kon doen”. Dat [verweerder] het initiatief tot het achterwege laten van de vervanging van de spanrollen en de multiriem zou hebben genomen, kan op grond van de geciteerde verklaringen dan ook onmogelijk worden aangenomen.
“wel gevolgen zou kunnen hebben”. Blijkens die verklaringen heeft [verweerder] [eiser] onder vermelding van de concrete gevolgen die het achterwege laten van die vervanging zou kunnen hebben (breken van de multiriem, vastlopen van de motor) wel degelijk voldoende gewaarschuwd.
onder I.5gaat uit van de veronderstelling dat het hof in zijn bewijsoordeel in de rov. 2.5-2.7 van het eindarrest heeft laten meewegen dat [eiser] als getuige heeft verklaard dat hij, voordat hij bij [verweerder] kwam, een prijsopgave van de Renault-dealer had en dat deze had aangegeven dat ook allerlei andere onderdelen - waaronder de spanrollen en de multiriem - moesten worden vervangen.
onder II.1klaagt heeft het hof niet miskend dat bij de beantwoording van de vraag of een partij is geslaagd in het leveren van het haar opgedragen bewijs alle omstandigheden van het geval in aanmerking moeten worden genomen. [eiser] lijkt te veronderstellen dat dit uitgangspunt meebrengt dat alle omstandigheden steeds uitdrukkelijk in de beoordeling moeten worden opgenomen. Dat is niet het geval. [eiser] lijkt voorts eraan voorbij te zien dat ’s hofs bewijswaardering in cassatie niet op juistheid, maar slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Voor zover [eiser] daartegen in cassatie met rechtsklachten opkomt, faalt het onderdeel reeds om die reden. Ook de motiveringsklachten worden, naar hierna zal worden toegelicht, tevergeefs voorgesteld. Het bestreden oordeel is niet onbegrijpelijk en ook tegen de achtergrond van de door [eiser] in cassatie genoemde feiten en omstandigheden voldoende gemotiveerd.
“de financiële zaken”hebben verklaard. Zo houdt de getuigenverklaring van [betrokkene 3] onder meer in dat [eiser] heeft gezegd dat de reparatie goedkoop gehouden moest worden en volgt uit de getuigenverklaring van [betrokkene 2] dat [eiser] heeft gezegd dat hij alleen de dynamo wilde laten vervangen om de kosten laag te houden. Zulks stemt overeen met de verklaring die [verweerder] als partijgetuige heeft afgelegd. In zoverre zijn de getuigenverklaringen, zoals het hof heeft overwogen, consistent. Dat uit de verschillende verklaringen niet duidelijk wordt welke de exacte besparing voor [eiser] was doordat vervanging van de spanrollen en de multiriem achterwege bleef, laat onverlet dat het hof uit de getuigenverklaringen heeft kunnen concluderen dat [eiser] om financiële redenen van die vervanging heeft afgezien.