ECLI:NL:HR:2017:16

Hoge Raad

Datum uitspraak
6 januari 2017
Publicatiedatum
5 januari 2017
Zaaknummer
16/03601
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatieArt. 8:29 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:31 Algemene wet bestuursrechtArt. 8:42 Algemene wet bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslagen inkomstenbelasting en vermogensbelasting

Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld tegen het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 26 mei 2016, waarin het hof uitspraak deed over navorderingsaanslagen inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen over de jaren 1995 en 2002, alsmede een navorderingsaanslag vermogensbelasting over 1996 en de daarbij behorende verhogings- en boetebeschikkingen.

De Hoge Raad heeft het ingediende middel beoordeeld en geoordeeld dat dit middel niet tot cassatie kan leiden. Gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, is geen nadere motivering vereist omdat het middel geen rechtsvragen bevat die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad heeft tevens overwogen dat er geen aanleiding is voor een veroordeling in de proceskosten. Het beroep in cassatie is derhalve ongegrond verklaard.

Dit arrest is gewezen door de vice-president Koopman als voorzitter, en de raadsheren Fierstra en Wortel, en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

6 januari 2017
Nr. 16/03601
Arres
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 26 mei 2016, nrs. 12/00436 tot en met 12/00438, op het hoger beroep van de Inspecteur tegen een uitspraak van de Rechtbank te Haarlem (nrs. AWB 08/5189, 12/1615 en 12/1616) betreffende de aan belanghebbende over de jaren 1995 en 2002 opgelegde navorderingsaanslagen in de inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen, de over het jaar 1996 opgelegde navorderingsaanslag vermogensbelasting en de daarbij gegeven beschikkingen inzake een verhoging dan wel boetebeschikking.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een middel voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van het middel

Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 6 januari 2017.