ECLI:NL:HR:2017:1610

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 augustus 2017
Publicatiedatum
10 augustus 2017
Zaaknummer
16/04553
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 17, lid 3, Wet WOZArt. 81, lid 1, Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en verwijzing wegens onjuiste waardering economische veroudering warmtekrachtcentrale

Belanghebbende, rechtsopvolger van een vennootschap, maakte bezwaar tegen WOZ-beschikkingen voor 2009 en 2010 betreffende een gasgestookte warmtekrachtcentrale. Het Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelde dat de gewijzigde marktomstandigheden en het verminderde aantal draaiuren aanleiding gaven tot afwaardering wegens economische veroudering, maar dat het verminderde aantal draaiuren veroorzaakt door marktomstandigheden zoals vraag en aanbod en energieprijs niet in de gecorrigeerde vervangingswaarde mocht worden meegenomen.

De Hoge Raad stelde vast dat het oordeel van het Hof onbegrijpelijk was en berustte op een onjuiste rechtsopvatting, omdat marktomstandigheden wel degelijk kunnen leiden tot economische veroudering. Het Hof had hiermee innerlijk tegenstrijdig geoordeeld. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het Hof en verwees de zaak naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling en beslissing met inachtneming van dit arrest.

De Hoge Raad wees ook op het ontbreken van gronden voor proceskostenveroordeling en bepaalde dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch het betaalde griffierecht aan belanghebbende moest vergoeden. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 11 augustus 2017.

Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem-Leeuwarden wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen naar het Gerechtshof Den Haag voor verdere behandeling.

Uitspraak

11 augustus 2017
nr. 16/04553
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V. (rechtsopvolger van [A] B.V.)te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Arnhem-Leeuwardenvan 2 augustus 2016, nrs. 15/00961 en 15/00972, betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken voor de jaren 2009 en 2010 betreffende de onroerende zaak [a-straat 1] te [Q]. De uitspraak van het Hof is aan dit arrest gehecht.

1.Het eerste geding in cassatie

Bij arresten van de Hoge Raad van 10 juli 2015, nrs. 14/05141 en 14/05142, ECLI:NL:HR:2015:1776 en 1818, BNB 2015/214, zijn vernietigd de uitspraken van het Gerechtshof te ’s Hertogenbosch (nrs. 13/00043 en 13/00044), met verwijzing van het geding naar het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden (hierna: het Hof) ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van die arresten.

2.Het tweede geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld. Het beroepschrift in cassatie is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch (hierna: het College) heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.
Het College heeft een conclusie van dupliek ingediend.

3.Beoordeling van het middel

3.1.
Het Hof heeft eerst overwogen dat de gewijzigde marktomstandigheden en het achterblijven van het energetisch rendement van de warmtekrachtcentrale (hierna: WKC) aanleiding geven een afwaardering wegens economische veroudering toe te passen. Vervolgens overweegt het Hof dat het verminderde aantal draaiuren niet slechts is veroorzaakt door technische en economische veroudering van de WKC maar ook door marktomstandigheden als vraag en aanbod, en de prijs van de te leveren energie. In zoverre mag bij het bepalen van de gecorrigeerde vervangingswaarde naar het oordeel van het Hof geen rekening worden gehouden met het verminderde aantal draaiuren.
3.2.
De laatstvermelde overweging geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting indien het Hof ervan zou zijn uitgegaan dat marktomstandigheden als vraag en aanbod en de prijs van energie niet tot een afwaardering wegens economische veroudering kunnen leiden. Indien het Hof is uitgegaan van de juiste rechtsopvatting, zijn de in 3.1 genoemde overwegingen innerlijk tegenstrijdig. Het middel slaagt in zoverre.
3.3.
Het middel kan voor het overige niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu het middel in zoverre niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.4.
Gelet op onderdeel 3.2 kan ’s Hofs uitspraak niet in stand blijven. Verwijzing moet volgen.

4.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
verklaart het beroep in cassatie gegrond,
vernietigt de uitspraak van het Hof,
verwijst het geding naar het Gerechtshof Den Haag ter verdere behandeling en beslissing van de zaak met inachtneming van dit arrest, en
gelast dat het college van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Hertogenbosch aan belanghebbende vergoedt het door deze ter zake van de behandeling van het beroep in cassatie betaalde griffierecht ten bedrage van € 503.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra, Th. Groeneveld, J. Wortel en A.F.M.Q Beukers-van Dooren, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 11 augustus 2017.