ECLI:NL:HR:2017:224

Hoge Raad

Datum uitspraak
14 februari 2017
Publicatiedatum
14 februari 2017
Zaaknummer
16/03117
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt beroep tegen uitlevering aan Verenigde Staten wegens cocaïne-invoer

De zaak betreft een cassatieberoep tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, waarin de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten is toegestaan. De uitlevering is gevraagd in verband met strafvervolging wegens betrokkenheid bij de invoer van cocaïne in de Verenigde Staten.

De Hoge Raad heeft het beroep in cassatie beoordeeld, waarbij de advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering en verwerping van het beroep. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen niet tot cassatie kunnen leiden en dat nadere motivering niet nodig is omdat er geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling spelen.

Uiteindelijk heeft de Hoge Raad het beroep verworpen en daarmee de uitlevering bevestigd. De uitspraak is gedaan door de vice-president en twee raadsheren tijdens een openbare terechtzitting op 14 februari 2017.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitlevering van de opgeëiste persoon aan de Verenigde Staten.

Uitspraak

14 februari 2017
Strafkamer
nr. S 16/03117 UA
SG/CB
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een einduitspraak van het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba, van 15 maart 2016, nummer HAR 23/2016, op een verzoek van de Verenigde Staten van Amerika tot uitlevering van:
[de opgeëiste persoon], geboren in [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1962.

1.De bestreden uitspraak

Het Hof heeft de uitlevering van de opgeëiste persoon toelaatbaar verklaard ter strafvervolging ter zake van - naar de Hoge Raad begrijpt - de feiten zoals omschreven in de Affidavit in Support of Request for Extradition van Susan G. Winkler , Assistant United States Attorney for the district of Massachusetts, van 13 januari 2016.
2 Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de opgeëiste persoon. Namens deze heeft N. Hendriksen, advocaat te Purmerend, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot toelaatbaarverklaring van de uitlevering voor de in de conclusie nader aangeduide feiten en tot verwerping van het beroep.

3.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president A.J.A. van Dorst als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
14 februari 2017.