ECLI:NL:HR:2017:2329

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 september 2017
Publicatiedatum
13 september 2017
Zaaknummer
16/00162
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt verwerping cassatie in medeplegen verduistering en witwassen

De Hoge Raad heeft op 12 september 2017 het cassatieberoep van verdachte verworpen in een strafzaak waarin hij werd verdacht van medeplegen van verduistering en witwassen. Het arrest betreft een zaak die eerder door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden werd behandeld. De verdachte voerde meerdere klachten aan tegen de toewijzing van vorderingen door benadeelde partijen, maar deze klachten werden door de Hoge Raad afgewezen.

De benadeelde partijen hadden eveneens klachten ingediend over de gedeeltelijke toewijzing van hun vorderingen en de niet-ontvankelijkverklaring van sommige vorderingen, maar ook deze klachten werden niet gehonoreerd. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het beroep, hetgeen door de Hoge Raad is gevolgd.

De Hoge Raad oordeelde dat de middelen van cassatie niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, omdat de middelen geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en uitgesproken in een openbare terechtzitting.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling voor medeplegen van verduistering en witwassen.

Uitspraak

12 september 2017
Strafkamer
nr. S 16/00162
MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, van 16 december 2015, nummer 21/004264-14, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1963.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Boksem, advocaat te Leeuwarden, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Namens de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] heeft M. Tijken, advocaat te Oldenzaal, een verweerschrift ingediend en bij schriftuur telkens een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal P.C. Vegter heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier A.C ten Klooster, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
12 september 2017.