ECLI:NL:HR:2017:2338

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
17/00975
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 Wet op de rechterlijke organisatie
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake onroerendezaakbelastingen gemeente Roosendaal

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 12 januari 2017. Dit arrest betrof het hoger beroep tegen uitspraken van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant over beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en aanslagen onroerendezaakbelastingen van de gemeente Roosendaal voor het jaar 2014.

Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant diende een verweerschrift in. De Hoge Raad beoordeelde de klachten van belanghebbende en oordeelde dat deze niet tot cassatie konden leiden. Volgens artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie behoefde dit geen nadere motivering omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling bevatten.

De Hoge Raad vond geen gronden voor een veroordeling in de proceskosten en verklaarde het beroep in cassatie ongegrond. Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren Wortel, Fierstra en Groeneveld op 15 september 2017.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het gerechtshof bevestigd.

Uitspraak

15 september 2017
Nr. 17/00975
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof ’s-Hertogenboschvan 12 januari 2017, nrs. 15/01379 tot en met 15/01426, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant (nrs. BRE 15/637 t/m BRE 15/684) betreffende de ten aanzien van belanghebbende gegeven beschikkingen op grond van de Wet waardering onroerende zaken en de aanslagen in de onroerendezaakbelastingen van de gemeente Roosendaal voor het jaar 2014 betreffende de onroerende zaken [a-straat 1 t/m ...] te [Q] .

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal klachten aangevoerd.
Het dagelijks bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant heeft een verweerschrift ingediend.

2.Beoordeling van de klachten

De klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren M.A. Fierstra en Th. Groeneveld, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 15 september 2017.