ECLI:NL:HR:2017:2384

Hoge Raad

Datum uitspraak
15 september 2017
Publicatiedatum
14 september 2017
Zaaknummer
17/01218
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 105 FwArt. 315 Fw
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake oproeping schuldenaar voor verhoor in WSNP-procedure

In deze zaak heeft verzoekster cassatieberoep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Oost-Brabant van 6 maart 2017, die betrekking had op de oproeping van een schuldenaar voor verhoor door de rechter-commissaris in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen (WSNP).

De Hoge Raad verwijst naar het eerdere vonnis en de beschikking in de insolventiezaak en behandelt de vraag of tegen de oproeping van de schuldenaar hoger beroep openstaat. De conclusie van de Advocaat-Generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.

De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie, mede omdat deze geen rechtsvragen bevatten die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Daarom wordt het beroep verworpen.

De beschikking is gegeven door de raadsheren Van Buchem-Spapens, Tanja-van den Broek en du Perron, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer De Groot op 15 september 2017.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van de rechtbank Oost-Brabant blijft in stand.

Uitspraak

15 september 2017
Eerste Kamer
17/01218
LZ/IF
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster].

1.Het geding in feitelijke instantie

Voor het verloop van het geding in feitelijke instantie verwijst de Hoge Raad naar het vonnis en de beschikking in de zaak met het insolventienummer C/01/16/130 R van de rechtbank Oost-Brabant van 14 juni 2016 respectievelijk 6 maart 2017.

2.Het geding in cassatie

Tegen de beschikking van de rechtbank van 6 maart 2017 heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld.
Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoekster] heeft bij brief van 7 juli 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, T.H. Tanja-van den Broek en C.E. du Perron, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
15 september 2017.