ECLI:NL:HR:2017:2443

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 september 2017
Publicatiedatum
21 september 2017
Zaaknummer
16/02617
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 50 TRIPs-OvereenkomstArt. 1 TRIPs-OvereenkomstArt. 7 lid 1 Handhavingsrichtlijn 2004/48/EGArt. 1019b lid 1 Rv
Verwijzingen
6 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling inbreuk op kwekersrecht en proceskostenveroordeling in cassatie

In deze zaak stond de vraag centraal of het in beslag genomen materiaal valt onder de beschermde categorieën van het kwekersrecht volgens internationale en Europese regelgeving, zoals art. 50 jo Pro. art. 1 TRIPs Pro-Overeenkomst en art. 7 lid 1 Handhavingsrichtlijn Pro 2004/48/EG.

De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld door respectievelijk de rechtbank en het gerechtshof Den Haag, waarvan de vonnissen en het arrest integraal aan het arrest van de Hoge Raad zijn gehecht. Eiser stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden, mede omdat deze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling betroffen.

De Hoge Raad wees tevens de proceskostenveroordeling toe aan verweersters, waarbij de indicatietarieven voor intellectuele eigendom-zaken uit 2015 werden toegepast. De kosten werden gespecificeerd en niet bestreden door eiser, waardoor zij werden toegewezen. Het arrest werd uitgesproken door raadsheer G. de Groot namens de kamer.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van het geding in cassatie.

Uitspraak

22 september 2017
Eerste Kamer
16/02617
TT/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[eiser] (tevens handelend onder de naam [A]),
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Weerden,
t e g e n
1. [verweerster 1],
gevestigd te [vestigingsplaats],
2. STICHTING GLADIOLEN COMBINATIE,
gevestigd te Ens, gemeente Noordoostpolder,
VERWEERSTERS in cassatie,
advocaten: mr. D. Rijpma en mr. R.L. Bakels.
Eiser zal hierna worden aangeduid als [eiser]. Verweersters zullen hierna gezamenlijk worden aangeduid als [verweersters]

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak 385360/HA ZA 11-229 van de rechtbank Den Haag van 13 april 2011 en 29 januari 2014;
b. het arrest in de zaak 200.148.457/01 van het gerechtshof Den Haag van 22 december 2015.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[verweersters] hebben geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal G.R.B. van Peursem strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 14 juli 2017 op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

3.1
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
3.2
Als de in cassatie in het ongelijk gestelde partij dient [eiser] te worden verwezen in de proceskosten. [verweersters] hebben op de voet van art. 1019h Rv vergoeding van de kosten in cassatie gevorderd. Op deze zaak zijn de Indicatietarieven IE-zaken (versie 2015) van de Hoge Raad van toepassing. De door [verweersters] gevorderde kosten zijn deugdelijk gespecificeerd en door [eiser] niet bestreden, zodat deze als hierna te melden zullen worden toegewezen.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweersters] begroot op € 856,34 aan verschotten en € 9.556,60 voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.V. Polak en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer G. de Groot op
22 september 2017.