ECLI:NL:HR:2017:2486

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 september 2017
Publicatiedatum
26 september 2017
Zaaknummer
15/05846
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 420bis.1.b SrArt. 6 EVRMArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in witwaszaak

De zaak betreft een cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin hij werd veroordeeld voor het witwassen van een groot geldbedrag in Zwitserse Francs dat afkomstig was uit een misdrijf. De Hoge Raad behandelt het beroep en constateert dat de middelen van cassatie niet leiden tot vernietiging van het hofarrest, zodat het beroep voor het overige wordt verworpen.

De Hoge Raad stelt vast dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM is overschreden omdat meer dan twee jaar zijn verstreken sinds het instellen van het cassatieberoep. Dit leidt tot een ambtshalve vermindering van de opgelegde gevangenisstraf van 70 dagen naar 63 dagen.

De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden arrest uitsluitend voor wat betreft de strafmaat en vermindert de straf dienovereenkomstig. Voor het overige wordt het beroep verworpen. Hiermee wordt bevestigd dat het bewezenverklaarde feit kan worden gekwalificeerd als witwassen, en dat er geen schending is van artikel 6.2 EVRM met betrekking tot de bewezenverklaring.

De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren en uitgesproken in een openbare terechtzitting op 26 september 2017.

Uitkomst: De gevangenisstraf wordt verminderd van 70 naar 63 dagen wegens overschrijding van de redelijke termijn; het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.

Uitspraak

26 september 2017
Strafkamer
nr. S 15/05846
SLU
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 27 juli 2015, nummer 23/001767-12, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1973.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal F.W. Bleichrodt heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de opgelegde straf, tot vermindering daarvan en tot verwerping van het beroep voor het overige.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak

De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde gevangenisstraf van 70 dagen.

4.Slotsom

Nu geen van de middelen tot cassatie kan leiden, terwijl de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 3 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.

5.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf;
vermindert deze in die zin dat deze 63 dagen beloopt;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president W.A.M. van Schendel als voorzitter, en de raadsheren Y. Buruma en V. van den Brink, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
26 september 2017.