Conclusie
eerste middelbehelst de klacht dat de bewezenverklaring onvoldoende met redenen is omkleed omdat de door het hof gebezigde bewijsmiddelen niet redengevend zijn voor het bewezen verklaarde witwassen. Het middel valt in vier deelklachten uiteen.
money transfers) heeft verricht aan [betrokkene 2] te Peru.
money transfersinzake de verzending van geld aan een persoon in Peru genaamd [betrokkene 2]. De verdachte verklaarde daarop dat hij een vriend van hem heeft geholpen door geld te sturen naar [betrokkene 2]. [14] Het proces-verbaal van de terechtzitting in hoger beroep van 6 april 2010 houdt in dit verband in dat de verdachte is voorgehouden dat bij een inval in maart 2008 in zijn huis in Rotterdam aan de [b-straat 1] stukken zijn gevonden waaruit blijkt dat hij geld heeft getransfereerd naar een zekere [betrokkene 2] in Peru. [15] Bij het hiervoor genoemde dossier van de Belastingdienst/FIOD-ECD-kantoor Schiphol bevindt zich als bijlage AH-011 [16] een proces-verbaal van bevindingen dat inhoudt dat op 12 maart 2008 op het adres [b-straat 1] te Rotterdam een doorzoeking heeft plaatsgevonden waarbij afschriften van
money transferswerden aangetroffen. De bijlage 1 bij dit proces-verbaal waarin deze zijn verwerkt, vermeldt twee
money transfersdoor de verdachte naar de begunstigde [betrokkene 2] in Peru in november 2007. Het hof heeft de onder 3) bedoelde geldtransacties klaarblijkelijk aan dat proces-verbaal van bevindingen ontleend. [17]
tweede middelbevat de klacht dat het hof in strijd met een uitdrukkelijk voorgedragen verweer heeft aangenomen dat het bewezen verklaarde het strafbare feit “witwassen” oplevert, terwijl het hof heeft verzuimd op dat verweer bepaaldelijk een beslissing te nemen en/of dat het hof het bewezen verklaarde ten onrechte strafbaar heeft verklaard.
eigenmisdrijf. Uit de bewijsmiddelen 7 en 8 en hetgeen het hof heeft overwogen ten aanzien van het contact tussen de verdachte en [betrokkene 3], de korte reizen die kunnen duiden op koerierswerkzaamheden en de geldtransacties aan [betrokkene 2], vloeit ook niet rechtstreeks voort dat het op 11 maart 2008 onder de verdachte aangetroffen geldbedrag afkomstig is uit eigen misdrijf. In dit verband wijs ik er nog op dat het hof in het kader van de verbeurdverklaring van dat geldbedrag heeft overwogen dat niet kon worden vastgesteld aan wie het toebehoort. Het oordeel van het hof dat het bewezen verklaarde kan worden gekwalificeerd als “witwassen” geeft derhalve niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is toereikend gemotiveerd.
derde middelbehelst de klacht dat het hof art. 6, tweede lid, EVRM heeft geschonden doordat uit hetgeen het hof tot het bewijs heeft gebezigd en aan de bewezenverklaring in zijn overwegingen ten grondslag heeft gelegd volgt dat het hof de verdachte schuldig acht aan (andere dan in de bewezenverklaring genoemde) strafbare feiten zonder dat de schuld van de verdachte aan die feiten in een daarop betrekking hebbende strafrechtelijke procedure is komen vast te staan.