Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Slotsom
4.Beslissing
26 september 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd toegewezen aan betrokkene, veroordeeld voor medeplegen van gewoontewitwassen. Het hof had het voordeel vastgesteld op circa €50.000, gebaseerd op transacties die in de bewezenverklaring waren opgenomen.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte heeft aangenomen dat de in de bewezenverklaring genoemde geldbedragen automatisch als wederrechtelijk verkregen voordeel kunnen worden aangemerkt. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:HR:2013:BY5217) en stelt dat zonder nadere motivering niet begrijpelijk is dat betrokkene daadwerkelijk voordeel heeft genoten uit het medeplegen van gewoontewitwassen.
Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling op het bestaande hoger beroep. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 26 september 2017.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde beoordeling van het wederrechtelijk verkregen voordeel.