Conclusie
eerste middelklaagt over de motivering van de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Het middel valt uiteen in drie deelklachten. Allereerst behelst het middel de klacht dat het hof niet heeft duidelijk gemaakt of de ontnemingsmaatregel steunt op art. 36e, eerste, tweede of derde lid, Sr. Voorts bevat het middel de klacht dat de schatting van het wederrechtelijk verkregen voordeel niet kan worden ontleend aan de inhoud van de door het hof gebezigde bewijsmiddelen. De derde deelklacht houdt in dat het hof ten onrechte, althans ontoereikend gemotiveerd, heeft geoordeeld dat de betrokkene wederrechtelijk voordeel tot een bedrag van in totaal € 16.417,15 heeft verkregen uit het in de samenhangende strafzaak bewezen verklaarde “witwassen, meermalen gepleegd”.
- een Seat Leon heeft gekocht, waarvan de koopsom ad. €.7.410,- door hem in contanten is voldaan,
- bedragen van in totaal € 5.400,- en € 3.550,- aan contanten op respectievelijk de rekening van [betrokkene] h/o [A] (rekeningnummer [rekeningnummer 1] ) en de rekening van [betrokkene] (rekeningnummer [rekeningnummer 2] ) heeft gestort, alsmede een bedrag van in totaal € 22.002,15 aan contant geld voor de huur van auto's bij [B] heeft uitgegeven.
Deze bedragen zijn niet verklaarbaar uit legale inkomsten en het is aannemelijk dat deze bedragen afkomstig zijn uit enig misdrijf, vermoedelijk de handel in verdovende middelen.
In deze periode is bij [B] een contant bedrag omgezet van € 22.967,15 (totaalbedrag) minus € 500,- en € 465,- (pinbetalingen) € 22.002,15.”
tweede middelbehelst de klacht dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.