ECLI:NL:HR:2017:2586

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 oktober 2017
Publicatiedatum
10 oktober 2017
Zaaknummer
16/00285
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 408 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens onjuiste uitleg art. 408 Sv

De verdachte werd bij verstek veroordeeld door de politierechter tot een gevangenisstraf van vijf weken wegens poging tot diefstal met braak. De mededeling van de einduitspraak werd op het GBA-adres van de verdachte aan een ander uitgereikt. Het hof verklaarde de verdachte niet-ontvankelijk in hoger beroep omdat het hoger beroep niet binnen veertien dagen na die mededeling was ingesteld.

De Hoge Raad oordeelt dat het hof onjuist heeft geoordeeld dat de uitreiking aan een ander op het GBA-adres een omstandigheid is die maakt dat de einduitspraak de verdachte bekend is in de zin van art. 408, tweede lid, Sv. Dit artikel vereist dat de verdachte de einduitspraak daadwerkelijk bekend is, niet slechts dat de mededeling aan een ander op het adres is uitgereikt.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof en wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe berechting en beslissing. Hiermee wordt de niet-ontvankelijkverklaring in hoger beroep ongedaan gemaakt.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt arrest en wijst zaak terug voor nieuwe berechting wegens onjuiste toepassing art. 408 Sv.

Uitspraak

10 oktober 2017
Strafkamer
nr. S 16/00285
SEU/JHO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2016, nummer 23/002184-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur een middel van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal T.N.B.M. Spronken heeft geconcludeerd tot vernietiging van het bestreden arrest en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof de verdachte ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard in zijn hoger beroep.
2.2.
Het Hof heeft de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen het vonnis van de Politierechter in de Rechtbank Amsterdam van 31 maart 2015, waarbij de verdachte ter zake van - kort gezegd - poging tot diefstal met braak is veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijf weken. De bestreden uitspraak houdt dienaangaande het volgende in:
"De verdachte is bij vonnis op 31 maart 2015 bij verstek veroordeeld.
De mededeling uitspraak is op 21 april 2015 aan een ander op het vermelde adres, te weten het GBA-adres van de verdachte [a-straat 1] te [plaats], uitgereikt.
Tegen dit vonnis heeft de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep ingesteld, maar eerst op 28 mei 2015.
Nu het hoger beroep niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn is ingesteld zal de verdachte daarin niet-ontvankelijk worden verklaard."
2.3.
Art. 408, eerste en tweede lid, Sv luidt, voor zover hier van belang:
"1. Het hoger beroep moet binnen veertien dagen na de einduitspraak worden ingesteld indien:
a. de dagvaarding of oproeping om op de terechtzitting te verschijnen of de aanzegging of oproeping voor de nadere terechtzitting aan de verdachte in persoon is gedaan of betekend;
b. de verdachte op de terechtzitting of nadere terechtzitting is verschenen;
c. zich anderszins een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de dag van de terechtzitting of van de nadere terechtzitting de verdachte tevoren bekend was;
(...)
2. In andere gevallen dan de in het eerste lid genoemde moet het hoger beroep worden ingesteld binnen veertien dagen nadat zich een omstandigheid heeft voorgedaan waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is."
2.4.
Het Hof heeft vastgesteld dat de mededeling uitspraak betreffende voormeld vonnis van de Politierechter op 21 april 2015 is uitgereikt aan een ander dan de verdachte op het adres waarop de verdachte in de GBA (thans BRP) was ingeschreven. Die uitreiking heeft het Hof kennelijk - gezien de overweging dat de verdachte niet binnen veertien dagen nadien hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg - aangemerkt als een omstandigheid waaruit voortvloeit dat de einduitspraak de verdachte bekend is, als bedoeld in art. 408, tweede lid, Sv. Dat oordeel getuigt van een onjuiste rechtsopvatting.
2.5.
Het middel is gegrond.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren A.J.A. van Dorst en E.S.G.N.A.I. van de Griend, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 oktober 2017.