De verdachte is bij arrest van 17 juli 2018 door het Gerechtshof Amsterdam wegens ‘poging tot diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak’, veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie weken.
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. Mr. R. van Leusden, advocaat te Amsterdam, heeft één middel van cassatie voorgesteld.
Het middel klaagt dat het hof ten onrechte het door de raadsvrouw gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak heeft afgewezen, dan wel zonder motivering op het verzoek heeft beslist.
Het proces-verbaal van het onderzoek ter terechtzitting van 3 juli 2018 houdt onder meer het volgende in:
‘De verdachte, gedagvaard als:
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,
adres: [a-straat 1],[postcode] [plaats],
is niet verschenen.
Als raadsvrouw van de verdachte is ter terechtzitting aanwezig mr. I. Raterman, advocaat te Amsterdam.
Zij deelt mede:
Client is op de hoogte van de zitting. Ik had hem verwacht. Ik heb hem vrijdag nog gesproken. Ik had voor vandaag met hem om half 3 afgesproken.
Ik ben gemachtigd om hem te verdedigen. Ik doe een verzoek om de zaak aan te houden. Hij had gezegd dat hij er zou zijn. Er kan sprake zijn van een miscommunicatie. Ik vind het niks voor hem om er niet te zijn. In het verleden is hij vaak bij verstek veroordeeld. Hij is echt een veranderd mens. Hij wil gebruik maken van zijn aanwezigheidsrecht.
De advocaat-generaal voert aan:
Ik ken het belang van het aanwezigheidsrecht. Het is ongemakkelijk, omdat het er in deze zaak juist om ging dat deze in hoger beroep behandeld zou worden. Het is erg merkwaardig dat hij niet aanwezig is. Ik kan mij vinden in het verzoek tot aanhouding.
Na beraad in raadkamer deelt de voorzitter als beslissing van het hof mede:
Het verzoek tot aanhouding wordt afgewezen. U krijgt nu de gelegenheid om uw cliënt te bellen.
De raadsvrouw deelt mede dat zij net al tien keer geprobeerd heeft om hem te bellen maar hem niet kon bereiken.
De voorzitter deelt mede dat het hof in dat geval verder gaat met de behandeling van de zaak.’
5. Voordat ik het middel bespreek, merk ik het volgende op. De verdachte is bij arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 13 januari 2016 in de voorliggende zaak in zijn ingestelde hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard omdat het hoger beroep naar het oordeel van het hof niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn was ingesteld. Die uitspraak bleef in cassatie niet in stand en Uw Raad wees de zaak terug naar het Gerechtshof Amsterdam.In het onderhavige cassatieberoep wordt geklaagd over de afwijzing van het aanhoudingsverzoek dat door de (uitdrukkelijk) gemachtigde raadsvrouw van de verdachte is gedaan op de terechtzitting in hoger beroep na die terugwijzing.