Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Slotsom
4.Beslissing
5 december 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden inzake medeplegen van zware mishandeling in een discotheek te Nijmegen op 11 december 2010. De verdachte werd veroordeeld voor het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan een slachtoffer.
De verdediging verzocht in hoger beroep om het horen van een CIE-informant als getuige, omdat deze mogelijk ontlastende informatie kon verschaffen. Het hof wees dit verzoek af, stellende dat er onvoldoende aanwijzingen waren dat de informant relevante informatie had en dat het dossier reeds diverse verklaringen bevatte.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn afwijzing niet begrijpelijk had gemotiveerd, mede gelet op de inhoud van de informatie van de informant die suggereerde dat een ander dan de verdachte de mishandeling had gepleegd. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde behandeling.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 5 december 2017.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling waarbij de CIE-informant als getuige zal worden gehoord.