Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Voorgeschiedenis
3.Aan de beoordeling van de middelen voorafgaande beschouwingen
[Jane H.] verklaart dan onmiddellijk dat zij in de avond van 3 op 4 juli 1993 uit was geweest met [Carien N.] , dat zij tussen 05.00 en 05.30 uur in de [b-straat 1] aankwamen, en dat zij drie personen voor restaurant " [de P.] " heeft zien staan, en zij blijft bij deze verklaring. Het dossier bevat geen enkele aanwijzing op grond waarvan aannemelijk kan worden geacht dat [Jane H.] bij gelegenheid van deze verhoren onder druk is gezet om te verklaren en het onderzoek in de procedure in herziening maakt dat niet anders. Weliswaar is [Jane H.] bij gelegenheid van het verhoor van 10 augustus 1993 geconfronteerd met de uitlatingen van anderen over hetgeen zij zou hebben gezegd over schoenen die zij had gekregen van [C.L. M.] , en over een moord die op 3 juli 1993 gepleegd zou worden, maar na haar verklaring daarover, is zij niet verder verhoord, noch als getuige noch als verdachte. Daar komt bij dat [Jane H.] in de procedure in herziening ter terechtzitting van 17 maart 2015 desgevraagd heeft aangegeven dat zij zich de verklaringen in het buurtonderzoek niet herinnert en dat zij niet weet waaruit de druk bestond.
- noch bij gelegenheid van haar verhoor door de rechter-commissaris als getuige in de zaken [Anil B.] , [Ahmed L.] en [Appie T.] , in aanwezigheid van de raadslieden mrs. Van Diederen, Drenth en Koningsveld en voorzien van rechtsgeleerde bijstand door haar toenmalige raadsman mr. Santi, waarbij zij aangeeft te blijven bij haar bekennende en belastende verklaringen;
[verbalisant 18] verklaart dat het er tijdens de verhoren in zijn beleving fair aan toe is gegaan. Naar het oordeel van het hof is op grond van het onderzoek in de procedure in herziening niet aannemelijk geworden dat aan de ambtsedige processen-verbaal van de verhorende verbalisanten getwijfeld dient te worden.
[Jenny L.] minstens éénmaal heeft geconfronteerd met verklaringen van anderen, biedt dat naar het oordeel van het hof geen steun voor de stelling dat [Jenny L.] verleid is tot haar verklaringen, nu - zoals hierboven reeds is overwogen - het voorhouden van verklaringen van anderen geen ongebruikelijke en evenmin een in zijn algemeenheid ontoelaatbare praktijk is in verhoorsituaties.
[Jenny L.] geen direct antwoord.
[Jenny L.] de beide Gudjonsson tests afgenomen en de SIAS. Hij concludeert dat bij [Jenny L.] het risico op een valse bekentenis gemiddeld is vanwege "compliance", en zelfs laag vanwege suggestibiliteit.
2 september 2014 naar aanleiding van cognitieve tests en een diepte-interview met [Jane H.] , afgenomen op 12 juni 2014. Dr. Geraerts geeft daarin aan dat zij op verzoek van mr. Knoops reeds op 12 augustus 2013 een diepte-interview van [Jane H.] had afgenomen, en dat ook in 2013 een aantal cognitieve tests bij [Jane H.] werd afgenomen. De rapportage is gebaseerd op de interviewmomenten, niet op aanvullende stukken. De conclusies van dr. Geraerts luiden dat [Jane H.] niet bijzonder suggestibel is, reden waarom niet verwacht zou hoeven worden dat zij op de langere termijn daadwerkelijk pseudoherinneringen oploopt indien zij stellig wordt verhoord. Verder komt [Jane H.] als sterk "compliant" naar voren. Volgens dr. Geraerts pretenderen de gebruikte cognitieve tests behoorlijk stabiel te zijn in de tijd, zodat kan worden betoogd dat de scores uit september 2013 ook representatief zouden zijn voor eerdere momenten in de tijd. Ander onderzoek van Gudjonsson wijst er volgens haar op dat de bedoelde persoonlijkheidskenmerken veranderbaar zijn.
Dr. Geraerts geeft aan dat het zeer moeilijk is om met enige wetenschappelijke stelligheid te concluderen of er sprake is van een valse bekentenis, maar concludeert op basis van hetgeen [Jane H.] haar in het diepte-interview heeft medegedeeld ten aanzien van de sfeer tijdens de verhoren dat deze in combinatie met [Jane H.] "compliance" de kans op een valse bekentenis vergroot. Prof. Rassin concludeert, eveneens op basis van de in 2013 bij [Jane H.] afgenomen tests, dat bij [Jane H.] het risico op een valse bekentenis bovengemiddeld is vanwege "compliance" en gemiddeld vanwege suggestibiliteit.
6.Beoordeling van het middel over de zogenoemde bushokjesgetuigen
8.Beoordeling van de middelen voor het overige
9.Slotsom
10.Beslissing
19 december 2017.