ECLI:NL:HR:2017:3256

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 december 2017
Publicatiedatum
21 december 2017
Zaaknummer
16/04869
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in faillissementszaak over schenking woning onder huwelijkse voorwaarden

In deze zaak stond de vraag centraal of de overdracht van een woning door gehuwde echtgenoten aan een door hen opgerichte stichting, waarbij de woning toebehoorde aan de man, onrechtmatig was jegens de curator in het faillissement van een van hen. De overdracht vond plaats voor een symbolisch bedrag van €1 en speelde zich af binnen het kader van huwelijkse voorwaarden en een mogelijk verrekenbeding.

De rechtbank Gelderland en het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden hadden reeds geoordeeld dat de overdracht niet onrechtmatig was jegens de faillissementscurator, waarbij het hof het standpunt van de curator verwierp. De Stichting Syanora stelde cassatieberoep in tegen dit arrest.

De Hoge Raad oordeelt dat de klachten van de Stichting niet leiden tot cassatie en dat geen nadere motivering nodig is omdat geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde zijn. Het cassatieberoep wordt verworpen en de Stichting wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van Stichting Syanora wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de kosten.

Uitspraak

22 december 2017
Eerste Kamer
16/04869
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
De stichting STICHTING SYANORA,
gevestigd te Deventer,
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. M. Littooij,
t e g e n
Eric René LOOYEN,
in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [betrokkene 1] ,
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. P.S. Kamminga.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de Stichting en de Curator.

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de vonnissen in de zaak C/05/242402/HA ZA 13-284 van de rechtbank Gelderland van 10 juli 2013 en 18 juni 2014;
b. het arrest in de zaak 200.157.460 van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 21 juni 2016.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof heeft de Stichting beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Curator heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de Stichting heeft bij brief van 8 december 2017 op die conclusie gereageerd.
3 Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt de Stichting in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Curator begroot op € 396,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten indien de Stichting deze niet binnen veertien dagen na heden heeft voldaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president E.J. Numann als voorzitter en de raadsheren A.H.T. Heisterkamp, G. Snijders, C.E. du Perron en M.J. Kroeze, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer T.H. Tanja-van den Broek op
22 december 2017.