Uitspraak
1.Het geding in feitelijke instanties
2.Het geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
24 maart 2017.
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontbinding van een huurovereenkomst van woonruimte centraal vanwege een huurachterstand. De eiser, huurder, stelde dat er tekortkomingen waren aan de zijde van de verhuurder die ontbinding zouden moeten verhinderen. De zaak werd in eerste aanleg en hoger beroep behandeld, waarbij het gerechtshof Den Haag de ontbinding van de huurovereenkomst bevestigde.
De eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft het cassatieberoep beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen aanleiding geven tot cassatie. Daarbij is overwogen dat er geen sprake is van tekortkomingen van de verhuurder die de ontbinding in de weg staan.
De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten van lagere instanties en bevestigt het oordeel van het hof. Het beroep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatieproces. De uitspraak is gedaan door een kamer van drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de ontbinding van de huurovereenkomst wegens huurachterstand wordt bevestigd.