Uitspraak
1.Geding in cassatie
3.Beoordeling van het zesde middel
4.Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
5.Slotsom
6.Beslissing
4 april 2017.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Hoge Raad
In deze zaak stond de ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, waarbij het hof een forfaitaire rente van 2% per jaar over het voordeel had meegerekend als vervolgprofijt. De betrokkene was veroordeeld tot betaling van een bedrag gebaseerd op de verkoop van tien scheepsauto's en vermeende renteopbrengsten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof ten onrechte uitging van een forfaitaire rente als voordeel dat de betrokkene daadwerkelijk had genoten, terwijl de maatregel reparatoir van aard is en moet uitgaan van het concrete voordeel. De forfaitaire rente kon niet zonder meer worden toegerekend als daadwerkelijk genoten voordeel.
De Hoge Raad vernietigde daarom het hofarrest voor zover het de betalingsverplichting betrof en bepaalde zelf een verminderd bedrag van € 174.034,78, rekening houdend met de overschrijding van de redelijke termijn en reeds beslagen bedragen.
Het arrest benadrukt het belang van een nauwkeurige bepaling van het wederrechtelijk verkregen voordeel en beperkt de toepassing van forfaitaire rente bij ontneming. Tevens werd het beroep voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de betalingsverplichting tot € 174.034,78 wegens onjuiste toepassing van forfaitaire rente bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel.