Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het eerste middel
3.Beoordeling van het tweede middel
4.Beslissing
11 april 2017.
Hoge Raad
De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarin de herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling van verdachte werd toegewezen. Verdachte had tijdens zijn proeftijd een ernstige bedreiging geuit richting P.R. de Vries, wat het hof als schending van de algemene voorwaarde van de voorwaardelijke invrijheidstelling beoordeelde.
De verdediging voerde aan dat de herroeping niet proportioneel was en dat de rechter de vrijheid moest hebben om een passende reactie te kiezen, waaronder gedeeltelijke herroeping. Het hof oordeelde echter dat gezien de ernst van het feit en de eerdere veroordelingen van verdachte volledige herroeping passend was.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en stelde dat de rechter vrij is in de waardering van de omstandigheden en dat herroeping bij ernstige schendingen van voorwaarden passend is. Het beroep van verdachte werd verworpen en de volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling werd gehandhaafd.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de volledige herroeping van de voorwaardelijke invrijheidstelling wegens ernstige bedreiging tijdens de proeftijd.