Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
3.Beslissing
18 april 2017.
Hoge Raad
De verdachte werd vervolgd voor het op 31 mei 2013 in de gemeente Littenseradiel verkopen, aanbieden en in voorraad hebben van grote hoeveelheden namaakparfums met namaakmerken van bekende merken zoals Armani, Cacharel en Kenzo. De verdediging stelde dat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de strafrechtelijke vervolging in strijd zou zijn met de Aanwijzing Intellectuele Eigendomsfraude (2005A022), die civielrechtelijke handhaving als uitgangspunt stelt.
Het hof oordeelde echter dat de handel van de verdachte viel onder de uitzondering voor grootschalige namaak en piraterij, gepleegd in beroep of bedrijf, die de markt verstoren. Dit oordeel baseerde het hof op de frequente en omvangrijke handel van de verdachte in namaakparfums op markten, waarbij telkens meer dan 100 flesjes werden verkocht of in voorraad gehouden. De handel werd als bedrijfsmatig aangemerkt, met een duidelijk oogmerk om winst te maken.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en stelt dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting heeft gegeven en de strafrechtelijke vervolging niet in strijd is met de Aanwijzing. Het beroep van de verdachte wordt verworpen en het arrest van het hof blijft in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het Openbaar Ministerie ontvankelijk is in de vervolging wegens grootschalige handel in namaakparfums en wijst het beroep van de verdachte af.