Conclusie
1.Het cassatieberoep
2.Het eerste middel
Feit 1 inbreuk maken op auteursrecht CBR 3 april 2013 t/m 22 september 2014
Ontvankelijkheid van het openbaar ministerie ten aanzien van feiten 1 en 3
1. Uitgangspunt is civielrechtelijke handhaving
2.Wanneer wel strafrechtelijke handhaving
Bedreiging van de volksgezondheid of de veiligheid van de samenleving
3.Reikwijdte
kunnenberokkenen aan de samenleving” in plaats van die ernstige schade
hebbenberokkend [cursivering door mij: TS]. Voor zover de steller van het middel ervan uitgaat dat de Aanwijzing vereist dat het gevaar voor de veiligheid van de samenleving, in casu in de vorm van het gevaar voor de verkeersveiligheid, zich moet hebben verwezenlijkt, berust het middel op een verkeerde lezing van de Aanwijzing en faalt het om die reden.
3.Het tweede middel
mededeling van verbalisant:
mededeling van verbalisant:
[verdachte]; geboren [geboortedatum] 1992 te [geboorteplaats] in de verkeersschool aan de [b-straat 1] te [plaats] aangehouden als verdachte van onder andere de diefstal van examenvragen van het CBR en overtreding van de auteurswet.
[betrokkene 1]; geboren [geboortedatum] 1991 te [plaats] in de verkeersschool aan de [b-straat 1] te [plaats] aangehouden als verdachte van onder andere de diefstal van examenvragen van het CBR en overtreding van de auteurswet.
verdachte, afgelegd ter terechtzitting in eerste aanleg van 11 januari 2017.
[aangever].
mededeling van verbalisant:
Geen inbreuk op auteursrecht
IBKIgeldt dat er al helemaal niet is gebleken van verveelvoudiging, het openbaar maken of verspreking [bedoeld zal zijn “verspreiding”, toevoeging: TS] tijdens het geven van lessen aan rij-instructeurs in opleiding. Er is geen enkel aanknopingspunt wat er tijdens de lessen voor instructeurs gebeurde. Indien het enkel om eigen gebruik (zoals ten behoeve van de eigen instructeurs) van de opnames van IBKI gaat, is bovendien de uitzondering van artikel 16b Auteurswet van toepassing zijn. Hiervoor gaat de overweging van de Rechtbank dat de werkwijze gericht was op het verbeteren van de concurrentiepositie van de rijschool niet op: op geen enkel wijze is geadverteerd over instructeursopleidingen.
Bewijsmotivering feiten 1 en 3
4.Het derde middel
overdragenin de betekenis van sub b wordt verweten. De overige zinsneden van de tenlastelegging vallen uitsluitend binnen het bereik van 420bis lid 1 onder a (oud) Sr (en art. 420quater (oud) Sr voor zover de verdachte de schuldvariant wordt verweten). De zinsnede in de tenlastelegging “en/of heeft verborgen en/of verhuld wie een voorwerp, te weten voornoemd geldbedrag, voorhanden heeft gehad” heeft dan ook onmiskenbaar betrekking op de sub a-variant. Het ‘voorhanden hebben’ in de delictsomschrijving sub b heeft een andere betekenis dan het ‘voorhanden hebben’ sub a. Met het ‘voorhanden hebben’ sub a wordt bedoeld ‘het verbergen of verhullen van degene die het voorwerp voorhanden heeft’ en dus niet ‘voorhanden hebben’ als zelfstandige gedraging sub b. [21]
bewezenverklaring, is de zinsnede “voorhanden heeft gehad”, echter niet anders te lezen dan dat deze slechts strafbaarheid ex art. 420bis sub b oplevert.
overgedragen.Voor wat betreft dit geldbedrag van in totaal € 86.276,35 [22] zou kunnen worden geredeneerd dat de verdachte onvoldoende belang bij cassatie heeft, indien het ‘voorhanden hebben’ uit de bewezenverklaring zou worden weggestreept. Van het contante geldbedrag dat bij de verdachte is aangetroffen kan echter niet zonder meer worden gezegd dat dit ook is overgedragen. Het gaat om een substantieel bedrag van € 9.510,00. Gelet hierop meen ik dat de verdachte wel voldoende belang bij cassatie heeft, maar ik kan mij voorstellen dat de Hoge Raad hierover anders oordeelt.
5.Het vierde middel
Bewijsmotivering feit 8
mogelijkis dat de geldbedragen afkomstig zijn uit de opbrengsten van de rijschool is ook geen onderbouwing van de lezing van de verdachte. Deze conclusie wijst slechts op de mogelijkheid daarvan, uitgaande van diverse niet nader onderbouwde en niet te verifiëren aannames. Waarmee het hof overigens geen afbreuk wenst te doen aan de deskundigheid van deskundige [betrokkene 3] die, zoals hijzelf ook ter terechtzitting in hoger beroep heeft verklaard, gebonden was aan de door hem gegeven opdracht en slechts de aan hem gepresenteerde stukken heeft beoordeeld.
6.Het vijfde middel
Oplegging van straffen en maatregel