Uitspraak
wonende te [woonplaats], Australië,
wonende te [woonplaats],
1.Het geding
2.Het tweede geding in cassatie
3.Beoordeling van het middel
4.Beslissing
19 mei 2017.
Hoge Raad
In deze zaak staat een geschil centraal over de vraag of er sprake is van een onrechtmatige daad door het zwijgen over de juiste omvang van het huwelijksvermogen bij de verdeling van de gemeenschap. De man heeft tegen het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 15 december 2015 cassatie ingesteld. De vrouw heeft verweer gevoerd en de Procureur-Generaal heeft geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere arresten, waaronder het arrest van 19 januari 2007 (ECLI:NL:HR:2007:AZ1488), en beoordeelt het middel van de man. De klachten die de man aanvoert leiden niet tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen. Daarom is geen nadere motivering vereist.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en bepaalt dat iedere partij haar eigen kosten draagt. Hiermee wordt het arrest van het hof van 15 december 2015 bekrachtigd, waarmee het geschil over de onrechtmatige daad bij de verdeling van het huwelijksvermogen definitief is beslecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en iedere partij draagt haar eigen kosten.