ECLI:NL:HR:2007:AZ1488
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- P.C. Kop
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige daad bij verdeling huwelijksgoederengemeenschap
In deze zaak staat centraal de vraag of de vervaltermijn van artikel 3:200 BW Pro, die geldt voor de bevoegdheid tot vernietiging van een verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap, ook van toepassing is op een vordering tot schadevergoeding op grond van onrechtmatige daad (artikel 6:162 BW Pro).
De eiseres en verweerder waren gehuwd in algehele gemeenschap van goederen en hebben bij echtscheidingsconvenant de verdeling van hun gemeenschap geregeld. De eiseres stelde dat verweerder bij het sluiten van het convenant onrechtmatig heeft gehandeld door te verzwijgen dat hij beschikte over een aanzienlijk vermogen. Zij vorderde daarop schadevergoeding. De rechtbank wees deze vordering af wegens het verstrijken van de vervaltermijn van artikel 3:200 BW Pro. Het hof bevestigde dit oordeel deels, maar erkende dat er sprake was van onrechtmatig handelen van verweerder jegens eiseres.
De Hoge Raad oordeelde dat de vervaltermijn van artikel 3:200 BW Pro niet ziet op vorderingen uit onrechtmatige daad en dat een dergelijke vordering ook na het verstrijken van die termijn kan worden ingesteld. Het arrest vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak voor verdere behandeling terug naar een ander gerechtshof. Het incidentele beroep van verweerder werd verworpen.
Uitkomst: De vervaltermijn voor vernietiging van een verdeling staat niet in de weg aan een vordering uit onrechtmatige daad na het verstrijken van die termijn.