Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:101

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2018
Publicatiedatum
25 januari 2018
Zaaknummer
17/04213
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Artikel 80a RO-zaken
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 80a Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk in bestuursrechtelijke zaak

Belanghebbende uit Tsjechië stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant betreffende een bestuursrechtelijke en belastingrechtelijke kwestie. De Hoge Raad heeft het beroep beoordeeld op ontvankelijkheid en geoordeeld dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen. Dit omdat belanghebbende klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Na overleg met de Procureur-Generaal heeft de Hoge Raad besloten het beroep in cassatie niet-ontvankelijk te verklaren op grond van artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie. Het arrest is op 26 januari 2018 in het openbaar uitgesproken door de raadsheren Fierstra, Groeneveld en Wortel.

Deze beslissing betekent dat het cassatieberoep niet inhoudelijk is behandeld en dat de uitspraak van de lagere rechter in stand blijft. Het arrest bevestigt de strenge ontvankelijkheidstoets voor cassatieberoepen in bestuursrechtelijke zaken.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan voldoende belang of omdat de klachten niet tot cassatie kunnen leiden.

Uitspraak

26 januari 2018
Nr. 17/04213
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z], Tsjechië , (hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Rechtbank Zeeland-West-Brabantvan 14 juli 2017, nr. BRE 16/2585, op het verzet van belanghebbende tegen de uitspraak van de Rechtbank van 10 januari 2017.

1.Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep in cassatie

De Hoge Raad is van oordeel dat de aangevoerde klachten geen behandeling in cassatie rechtvaardigen omdat de partij die het cassatieberoep heeft ingesteld klaarblijkelijk onvoldoende belang heeft bij het cassatieberoep dan wel omdat de klachten klaarblijkelijk niet tot cassatie kunnen leiden.
De Hoge Raad zal daarom – gezien artikel 80a van de Wet op de rechterlijke organisatie en gehoord de Procureur‑Generaal – het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk verklaren.

2.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer M.A. Fierstra als voorzitter, en de raadsheren Th. Groeneveld en J. Wortel, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018.