ECLI:NL:HR:2018:105

Hoge Raad

Datum uitspraak
26 januari 2018
Publicatiedatum
25 januari 2018
Zaaknummer
17/03896
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie ongegrond inzake navorderingsaanslag vennootschapsbelasting

Belanghebbende, een B.V., stelde beroep in cassatie in tegen een uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 6 juli 2017, waarin het hof het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland inzake een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting over het boekjaar 1 december 2001 tot en met 31 augustus 2002 had behandeld.

De Staatssecretaris van Financiën diende een verweerschrift in, waarop belanghebbende een conclusie van repliek indiende. De Hoge Raad oordeelde dat de voorgestelde middelen niet tot cassatie konden leiden en dat deze geen nadere motivering behoefden, omdat zij niet leidden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad wees tevens af om proceskosten toe te wijzen aan een van de partijen. Het arrest werd uitgesproken op 26 januari 2018 door de vice-president en twee raadsheren, in aanwezigheid van de waarnemend griffier.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van het hof bevestigd.

Uitspraak

26 januari 2018
Nr. 17/03896
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X] B.V.te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof Amsterdamvan 6 juli 2017, nr. 16/00528, op het hoger beroep van belanghebbende tegen een uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland (nr. HAA 16/1774) betreffende een aan belanghebbende over het boekjaar 1 december 2001 tot en met 31 augustus 2002 opgelegde navorderingsaanslag in de vennootschapsbelasting.

1.Geding in cassatie

Belanghebbende heeft tegen ’s Hofs uitspraak beroep in cassatie ingesteld en daarbij een aantal middelen voorgesteld.
De Staatssecretaris van Financiën heeft een verweerschrift ingediend.
Belanghebbende heeft een conclusie van repliek ingediend.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien artikel 81, lid 1, van de Wet op de rechterlijke organisatie, geen nadere motivering, nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

4.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie ongegrond.
Dit arrest is gewezen door de vice-president R.J. Koopman als voorzitter, en de raadsheren P.M.F. van Loon en E.F. Faase, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier E. Cichowski, en in het openbaar uitgesproken op 26 januari 2018.