ECLI:NL:RBNNE:2018:2701
Rechtbank Noord-Nederland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onttrekking minderjarige aan nasporing en frustratie uithuisplaatsing
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 22 mei 2018 uitspraak gedaan in een strafzaak tegen verdachte die ervan werd verdacht een minderjarige, die met een machtiging van de kinderrechter uit huis was geplaatst, te hebben verborgen en onttrokken aan de nasporing van justitie en politie. Verdachte verklaarde onwaarheid tegen de politie over de verblijfplaats van de minderjarige en overlegde met een medeverdachte om een leugenachtig verhaal te verzinnen.
De verdediging voerde onder meer aan dat de dagvaarding nietig was vanwege een fout in de geboortedatum van het slachtoffer, maar de rechtbank oordeelde dat dit een kennelijke verschrijving betrof die geen nadeel voor de verdediging opleverde. Verdachte stelde ook dat zij handelde in het belang van de minderjarige en dat materiële wederrechtelijkheid ontbrak, maar dit verweer werd verworpen omdat de beslissing van de kinderrechter tot uithuisplaatsing werd gefrustreerd.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte willens en wetens de uithuisplaatsing heeft tegengewerkt en veroordeelde haar tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar. De rechtbank hield rekening met de omstandigheden van de zaak, de persoon van verdachte en het reclasseringsadvies, en wees een expliciete overweging over de Verklaring Omtrent het Gedrag af.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke taakstraf van 40 uur met een proeftijd van twee jaar wegens het onttrekken van een minderjarige aan de nasporing en frustratie van de uithuisplaatsing.