Uitspraak
1.De uitspraak waarvan herziening is gevraagd
2.De aanvraag tot herziening
3.Bewezenverklaring en bewijsvoering
4.Beoordeling van de aanvraag
5.Beslissing
3 juli 2018.
Hoge Raad
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch uit 1996, waarbij de aanvrager is veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf voor medeplegen van drie moorden in Venlo in juni 1993.
De herzieningsaanvraag baseert zich op de stelling dat twee getuigen valse verklaringen hebben afgelegd en dat dagboekaantekeningen vals zijn. Tevens wordt een wetenschappelijk onderbouwd rapport van rechtspsychologen aangevoerd dat de betrouwbaarheid van deze verklaringen betwist.
De Hoge Raad oordeelt dat de rapporten geen feiten of omstandigheden bevatten die als novum kunnen worden aangemerkt, omdat zij zijn gebaseerd op stukken die al bekend waren bij het Hof. Het Hof had bovendien de betrouwbaarheid van de verklaringen grondig onderzocht, rekening houdend met de beperkte intelligentie en beïnvloedbaarheid van een getuige, en vond voldoende steun in andere bewijsmiddelen.
De Hoge Raad concludeert dat het herzieningsverzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Hiermee blijft de veroordeling van vijftien jaar gevangenisstraf in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af en bevestigt de veroordeling tot vijftien jaar gevangenisstraf.