Belanghebbende exploiteert een seksinrichting waar klanten tegen betaling kunnen afspreken met sekswerkers. De Inspecteur legde over 2008 een naheffingsaanslag loonheffingen op omdat de sekswerkers als werknemers werden beschouwd.
In hoger beroep stelde belanghebbende dat het opleggen van de naheffingsaanslag in strijd was met het vertrouwens- en gelijkheidsbeginsel, omdat andere exploitanten die hadden gekozen voor opting-in geen naheffingsaanslagen over 2008 kregen opgelegd. Het Hof oordeelde dat de dienstbetrekking tussen belanghebbende en sekswerkers bestond en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat exploitanten die wel en niet voor opting-in kozen geen gelijke gevallen zijn.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat het gelijkheidsbeginsel niet meebrengt dat belanghebbende aanspraak kan maken op de voordelen van een compromis waar zij niet aan heeft deelgenomen. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.