ECLI:NL:HR:2018:1588

Hoge Raad

Datum uitspraak
11 september 2018
Publicatiedatum
12 september 2018
Zaaknummer
16/06158
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 300 SrArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatieberoep in mishandelingszaak over opzet en putatief noodweer

De verdachte werd door het gerechtshof Den Haag veroordeeld voor opzettelijke mishandeling. In cassatie stelde de verdachte dat het hof de tenlastelegging had verlaten door te oordelen dat hij de handelingen opzettelijk mishandelend had verricht, terwijl de tenlastelegging slechts opzettelijk handelen betrof.

De Hoge Raad overwoog dat het hof de grondslag van de tenlastelegging niet had verlaten en dat het cassatiemiddel niet tot cassatie kon leiden. Daarnaast werd het verweer van putatief noodweer besproken, waarbij de Hoge Raad verwees naar artikel 81, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.

De Procureur-Generaal concludeerde tot verwerping van het beroep, en de Hoge Raad volgde dit advies. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren, en het beroep werd verworpen zonder nadere motivering omdat geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de veroordeling wegens opzettelijke mishandeling.

Uitspraak

11 september 2018
Strafkamer
nr. S 16/06158
ABO
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof Den Haag van 10 november 2016, nummer 22/005907-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1982.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft R.A.J. Verploegh, advocaat te 's-Gravenhage, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Procureur-Generaal J. Silvis heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.

2.Beoordeling van de middelen

De middelen kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81, eerste lid, RO, geen nadere motivering nu de middelen niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

3.Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren E.S.G.N.A.I. van de Griend en M.J. Borgers, in bijzijn van de waarnemend griffier S.P.J. Lugtenburg, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
11 september 2018.