ECLI:NL:HR:2018:1877

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 oktober 2018
Publicatiedatum
8 oktober 2018
Zaaknummer
17/00291
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 62 RVV 1990
Verwijzingen
2 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging en terugwijzing wegens niet-beslissen op aanhoudingsverzoek in hoger beroep

De zaak betreft een beroep in cassatie tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Den Haag inzake een snelheidsovertreding. De verdachte had in hoger beroep een verzoek tot aanhouding van de behandeling ingediend vanwege verhindering van zijn raadsman.

Het hof heeft dit verzoek niet inhoudelijk beoordeeld en verklaarde de zaak niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep te laat was ingesteld. Het aanhoudingsverzoek was per fax ingediend en aan de cassatieschriftuur gehecht, maar was niet opgenomen in het dossier bij het hof.

De Hoge Raad oordeelt dat het niet beslissen op het aanhoudingsverzoek een ernstig procesrechtelijk verzuim inhoudt dat leidt tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Op grond van de conclusie van de Advocaat-Generaal wordt het middel gegrond verklaard, het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen voor een nieuwe behandeling door het hof.

Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.

Uitspraak

9 oktober 2018
Strafkamer
nr. S 17/00291
IV
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een bij verstek gewezen arrest van het Gerechtshof Den Haag van 26 augustus 2016, nummer 22/003074-15, in de strafzaak tegen:
[verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1978.

1.Geding in cassatie

Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft M.G.J. Smit, advocaat te Rotterdam, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld. De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal B.F. Keulen heeft geconcludeerd tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof Den Haag teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.

2.Beoordeling van het eerste middel

2.1.
Het middel klaagt dat het Hof heeft verzuimd te beslissen op het door de raadsman van de verdachte voorafgaand aan de terechtzitting in hoger beroep van 26 augustus 2016 gedane verzoek tot aanhouding van de behandeling van de zaak in verband met zijn verhindering.
2.2.
Op de gronden die zijn vermeld in de conclusie van de Advocaat-Generaal onder 4 tot en met 12 en 14, is het middel terecht voorgesteld.

3.Slotsom

Hetgeen hiervoor is overwogen brengt mee dat de bestreden uitspraak niet in stand kan blijven, het tweede middel geen bespreking behoeft en als volgt moet worden beslist.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak;
wijst de zaak terug naar het Gerechtshof Den Haag, opdat de zaak opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J. de Hullu als voorzitter, en de raadsheren M.J. Borgers en A.E.M. Röttgering, in bijzijn van de waarnemend griffier E. Schnetz, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
9 oktober 2018.