De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit ingevolge de Wet op het primair onderwijs.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen uitspraken van de bestuursrechter wanneer dit bij wet is bepaald. In dit geval ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in geschillen over besluiten op grond van de Wet op het primair onderwijs.
De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 28 september 2012 waarin hetzelfde werd geoordeeld. Gevolg is dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.
De uitspraak is gedaan door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 12 oktober 2018.