Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2018:1923

Hoge Raad

Datum uitspraak
12 oktober 2018
Publicatiedatum
11 oktober 2018
Zaaknummer
18/03290
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 78 lid 4 Wet op de rechterlijke organisatie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verklaart beroep in cassatie niet-ontvankelijk wegens ontbreken wettelijke grondslag

De zaak betreft een beroep in cassatie van belanghebbende tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep over een besluit ingevolge de Wet op het primair onderwijs.

De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie alleen beroep in cassatie mogelijk is tegen uitspraken van de bestuursrechter wanneer dit bij wet is bepaald. In dit geval ontbreekt een wettelijke bepaling die cassatie openstelt tegen uitspraken van de Centrale Raad van Beroep in geschillen over besluiten op grond van de Wet op het primair onderwijs.

De Hoge Raad verwijst naar een eerdere uitspraak van 28 september 2012 waarin hetzelfde werd geoordeeld. Gevolg is dat het beroep in cassatie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

Er worden geen proceskosten aan belanghebbende opgelegd en het betaalde griffierecht wordt teruggegeven.

De uitspraak is gedaan door raadsheren Wortel, Beukers-van Dooren en Cools op 12 oktober 2018.

Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van wettelijke grondslag.

Uitspraak

12 oktober 2018
Nr. 18/03290
Arrest
gewezen op het beroep in cassatie van
[X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van de
Centrale Raad van Beroepvan 19 juli 2018, nr. 17/5126 AW, op het verzoek om herziening van de uitspraak van de Centrale Raad van 29 juli 2010, nr. 09/375 AW, ECLI:NL:CRVB:2010:BN3495, betreffende een besluit ingevolge de Wet op het primair onderwijs.

1.Geding in cassatie

Ingevolge artikel 78, lid 4, van de Wet op de rechterlijke organisatie neemt de Hoge Raad enkel kennis van het beroep in cassatie tegen uitspraken van de bestuursrechter voor zover dit bij wet is bepaald. Er is geen wettelijke bepaling die beroep in cassatie openstelt tegen een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep die is gedaan in een geschil betreffende een besluit ingevolge de Wet op het primair onderwijs. Dit brengt mee dat ook tegen een (herhaald) verzoek tot herziening van een dergelijke uitspraak geen beroep in cassatie openstaat, zoals de Hoge Raad reeds eerder ten aanzien van dezelfde aangelegenheid heeft geoordeeld in het op 28 september 2012, nr. 12/03078, gewezen arrest.
Het beroep in cassatie dient derhalve niet‑ontvankelijk te worden verklaard.

2.Proceskosten

De Hoge Raad acht geen termen aanwezig voor een veroordeling in de proceskosten.

3.Beslissing

De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet‑ontvankelijk.
Dit arrest is gewezen door de raadsheer J. Wortel als voorzitter, en de raadsheren A.F.M.Q. Beukers-van Dooren en P.A.G.M. Cools, in tegenwoordigheid van de waarnemend griffier F. Treuren, en in het openbaar uitgesproken op 12 oktober 2018.
Het door belanghebbende als griffierecht betaalde bedrag van € 126 wordt door de griffier van de Hoge Raad aan belanghebbende teruggegeven.