Uitspraak
21.3796 AW
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- veroordeelt appellante in de proceskosten van het bestuur tot een bedrag van € 1.518,-.
Centrale Raad van Beroep
Appellante werd in 2007 ontslagen wegens gewichtige redenen door het bestuur van Stichting Zonova. Het bezwaar tegen dit ontslag werd in 2008 ongegrond verklaard en deze beslissing is in 2010 door de Raad bevestigd. Appellante heeft sindsdien vijf verzoeken tot herziening ingediend, die allen zijn afgewezen, en het cassatieberoep werd niet-ontvankelijk verklaard.
In 2020 verzocht appellante via een e-mail aan de gemachtigde van het bestuur om terug te komen op het ontslagbesluit. De gemachtigde reageerde per e-mail dat er geen bestuursrechtelijk besluit was en dat over deze kwestie niet verder zou worden gecorrespondeerd. Appellante maakte daarop bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die zich onbevoegd verklaarde omdat de e-mails geen besluiten in de zin van de Awb waren.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de e-mails van de gemachtigde geen bestuursrechtelijke besluiten zijn en bevestigt daarmee de onbevoegdverklaring van de rechtbank. Tevens wordt vastgesteld dat appellante kennelijk onredelijk gebruik maakt van procesrecht door herhaaldelijk kansloze procedures te voeren over hetzelfde onderwerp. Daarom wordt appellante opnieuw veroordeeld in de proceskosten van het bestuur.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en veroordeelt appellante in de proceskosten wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht.