Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
(vgl. HR 9 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BX4536).
3.Slotsom
4.Beslissing
16 oktober 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft het Openbaar Ministerie cassatie ingesteld tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd afgewezen. Het hof had de vordering afgewezen omdat de betrokkene in de hoofdzaak was ontslagen van alle rechtsvervolging ter zake van het tenlastegelegde feit van het zich ontdoen van afvalstoffen, waarbij het hof aannam dat geen strafbaar feit was begaan.
De Hoge Raad oordeelde dat het ontslag van alle rechtsvervolging door het hof ontoereikend was gemotiveerd en vernietigde het arrest. Hierdoor viel de grondslag voor de afwijzing van de ontnemingsvordering weg. De Hoge Raad benadrukte dat de behandeling van het cassatiemiddel van het Openbaar Ministerie afwijkt van die van een betrokkene vanwege verschillen in uitvoerbaarheid en rechtsbescherming.
De zaak is terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van het hoger beroep op de ontnemingsvordering. Dit arrest bevestigt het belang van een deugdelijke motivering bij ontslag van rechtsvervolging en de samenhang tussen strafzaak en ontnemingsprocedure.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting van de ontnemingsvordering.