ECLI:NL:HR:2018:2025

Hoge Raad

Datum uitspraak
2 november 2018
Publicatiedatum
31 oktober 2018
Zaaknummer
17/05036
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 lid 1 ROArt. 6:94 lid 1 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 5 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt matiging boete wegens handelen in strijd met boetebeding in samenwerkingsovereenkomst

In deze zaak stond centraal de vraag of REG Media B.V. terecht een boete werd opgelegd wegens handelen in strijd met een boetebeding in een samenwerkingsovereenkomst. De procedure begon bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, waarna het gerechtshof 's-Hertogenbosch op 25 juli 2017 een arrest wees dat de boete matigde. REG Media B.V. stelde hiertegen cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten voor de feitelijke gang van zaken en oordeelde dat de klachten van REG Media B.V. niet tot cassatie konden leiden. Gezien artikel 81 lid 1 van Pro de Wet op de rechterlijke organisatie was geen nadere motivering vereist omdat de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De conclusie van de Advocaat-Generaal strekte tot verwerping van het cassatieberoep, hetgeen door de Hoge Raad werd gevolgd. REG Media B.V. werd veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, terwijl tegenpartij niet in cassatie was verschenen.

Het arrest bevestigt daarmee het oordeel van het hof dat de boete in verband met het boetebeding gematigd moest worden op grond van artikel 6:94 lid 1 BW Pro, dat matiging van boetes mogelijk maakt indien deze onredelijk zijn. Deze uitspraak benadrukt het belang van proportionaliteit bij de toepassing van boetebedingen in het verbintenissenrecht.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de matiging van de boete door het gerechtshof.

Uitspraak

2 november 2018
Eerste Kamer
17/05036
TT/AR
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. REG MEDIA B.V.,
gevestigd te Drunen, gemeente Heusden,
2. REG HOLDING B.V.,
gevestigd te Drunen, gemeente Heusden,
EISERESSEN tot cassatie,
advocaat: mr. J.H.M. van Swaaij,
t e g e n
[verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als REG en [verweerster].

1.Het geding in feitelijke instanties

Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar:
a. de vonnissen in de zaak C/02/297298/HA ZA 15-219 van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 juni 2015 en 7 oktober 2015;
b. de arresten in de zaak 200.187.272/01 van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 14 juni 2016 en 25 juli 2017.
Het arrest van het hof van 25 juli 2017 is aan dit arrest gehecht.

2.Het geding in cassatie

Tegen het arrest van het hof van 25 juli 2017 heeft REG beroep in cassatie ingesteld. De procesinleiding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor REG toegelicht door haar advocaat en mede door mr. J.M. Moorman.
De conclusie van de Advocaat-Generaal R.H. de Bock strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van REG heeft schriftelijk op die conclusie gereageerd.

3.Beoordeling van het middel

De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gezien art. 81 lid 1 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.

4.Beslissing

De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt REG in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, M.J. Kroeze en C.H. Sieburgh, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer M.V. Polak op
2 november 2018.